Waarde Heer van Dishoeck.
Het valt helaas alles inéens op mijn nek! Ik krijg daareven bericht dat ik tegen 10 dezer eene rekening te betalen heb, waar ik van dacht nog wel wat tijd te hebben, - anders krijg ik last...
Wilt U zoo vriendelijk zijn, me nogmaals te helpen, en, als 't U mogelijk is, me de tweehonderd frank van mijn honorarium op ‘Janus’ sturen?1 - Het zou me weêr uit de verlegenheid helpen! 't Is een ellende, de gevolgen van zulk een ziekte...
Met dank bij voorbaat en de hoop dat ik instemmend antwoord krijg
Uw dw. dr.
Karel van de Woestijne
5 Februari 1906.