terug  begin  verderprepost

59 Sint-Martens-Latem, 18 februari 1906

18 Febr. 06.

 

Waarde Heer van Dishoeck.

Dat ik U tot op heden niet bedankte voor het gestuurde honorarium van ‘Janus’ ligt hieraan, dat ik met influenza, en nogal leelijk aangetast, bedlegerig ben. Wil me dus verontschuldigen en mijn hartelijken dank ontvangen.

Gelukkig is ‘Vlaanderen’ klaar! Wees daar dus niet over ongerust!

Een andere zaak. De Meyere, die niet loochenen kon plagiaat te hebben bedreven, heeft, op ons aandringen, zijn ontslag als redactielid van ‘Vlaanderen’ aangeboden. Wilt U zoo vriendelijk zijn, zijn naam op het omslag te laten schrappen?1

Ander nieuws heb ik voorloopig niet. Wil dus, met mijn herhaalden dank, mijne vriendelijkste groeten aanvaarden,

Uw genegen,

Karel van de Woestijne

 

Pardon voor 't geschrift: ik lig te bed.2

[p. 72]


illustratie
Brief van Van de Woestijne aan Van Dishoeck, 21 april 1905 (brief 32). (Collectie Letterkundig Museum, Den Haag.)

1De Meyeres naam stond vanaf het maartnummer niet meer op het omslag vermeld.
2Naarmate de brief vordert, wordt Van de Woestijnes handschrift minder regelmatig.
prepostterug  begin  verder