terug  begin  verderprepost
[p. 76]

62 Sint-Martens-Latem, 20 maart 1906

20 Maart 1906

 

Waarde heer van Dishoeck.

Ik had U al lang moeten schrijven, over ‘Janus’ (waarvoor drukproef van vóor-werk hierbij gaat),1 over het tijdschrift, enz., maar - ik heb het werkelijk te pakken gehad in den laatsten tijd: weêr influenza, gevolgd door eene onoverwinbare moeheid, en daarbij dan nog allerlei zorgen... Gelukkig is ‘Vlaanderen’ klaar;2 en, is 't wat laat, ik kom er toch toe U te schrijven.

Eerst dan over ‘Vlaanderen’. Die vraag van den heer Swerts (zijn kaart gaat hierbij):3 neen, het interesseert ons absoluut niet; de meeste leden van den ‘onderwijswereld’ waarvan sprake zijn overigens op ‘Vlaanderen’ geabonneerd, zoodat het niet noodig is het hun kosteloos te sturen. - Meer aandacht verdient de vraag van de ‘Revue Bibliographique Belge’ (16 Treurenberg-straat, Brussel), waar vroeger meê uitgewisseld werd; thans echter niet meer. 't Zou goed zijn, geloof ik, dat toch maar voort te zetten.4

Iets anders: dr. V. Fris, schrijver van de studie over ‘Pirenne’ in ‘Vlaanderen’, zou gaarne, mits betaling, eenige (een 25) der nummers hebben waar zijn stuk in verscheen.5 Is dat mogelijk? En hoeveel zou dat kosten?... Ik ontving daar gaarne antwoord over, want Fris vroeg er me herhaalde malen naar.

Ander nieuws over ‘Vlaanderen’ is er niet, dan dat ik me natuurlijk verheug over 't feit dat we zoo bijzonder-goed in Holland worden ontvangen. Wat o.m. Joh. de Meester over ons schrijft is niet alleen vriendelijk: het is ook hartelijk. Wat een goed mensch moet dat zijn!6

En à propos van goede menschen: heeft U gelezen wat Pater Linnenbank over mijne Verzen geschreven heeft in het ‘Centrum’?7 Dat is niet alleen lovend (wat ik voorbij zie), maar het is zoo oprecht en zoo eerlijk dat het me echt geluk heeft gegeven...

En aldus daal ik op me-zelf neer. In ‘Vlaanderen’ verschijnt het slot van ‘Blauw-baard’, dat 25 bladzijden beslaat.8 Nu heb ik tegen zondag aanstaande weêr heel wat te betalen. Mag ik U vragen mij het honorarium nu, in plaats van na 't verschijnen, te betalen? Ge zou me weder zeer verplichten, en ik zou er u uiterst dankbaar om zijn.

[p. 77]

‘Janus’ nu. Ik zie gaarne 't vervolg der proeven te gemoet. We zijn nog slechts aan einde ‘Vrouw van Kandaules’; liggen dus nog ter drukkerij: ‘de Zwijnen van Kirkè’, ‘drie Gevoelige Parabelen’, en ‘Blauwbaard’. Het overige volgt spoedig. - Het voorwerk is heel goed. Maar ik zag gaarne, onderaan den titel, de verandering aangebracht die 'k op proef aanduid. Vindt U 't goed? - Gaarne ontvang ik ook een ontwerp-omslag...

't Is alles, geloof ik, dus zwijg ik.

Er in vertrouwend dat U mijne vraag niet kwalijk op neemt blijf ik, met de vriendelijkste groeten,

Uw genegen en d.w. dr.

Karel van de Woestijne

1De drukproef van het voorwerk van Janus met het dubbele voorhoofd is niet aangetroffen.
2Bedoeld is het aprilnummer.
3Bedoelde kaart is niet aangetroffen.
4In de Revue Bibliographique Belge, een maandelijkse uitgave van de Brusselse Librairie Oscar Schepens & Cie waarin nieuwe boek- en tijdschriftuitgaven werden aangekondigd, werd Vlaanderen tot september 1905 opgenomen in de rubriek ‘Périodiques Reçus en Échange’; Van Dishoeck is niet op Van de Woestijnes voorstel tot hernieuwde uitwisseling ingegaan.
5Van Victor Fris werd in februari en maart 1906 het artikel ‘Prof. Henri Pirenne’ gepubliceerd.
6Johan de Meester had in de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 13 december 1905 zeer positief over Vlaanderen geschreven.
7De recensie van Linnebank in Jong Dietschland. Linnebank vond Verzen onder meer van ‘hooge dichterlijke waarde’. (Vgl. brief 41, noot 2.)
8‘Blauw-baard of het zuivere inzicht (slot)’, in Vlaanderen 4 (1906) 4 (april), p. 166-193. Van de Woestijne vergist zich drie bladzijden in zijn nadeel. Het honorarium bedroeg B.Frs. 112 (28 bladzijden à 4 frank).
prepostterug  begin  verder