terug  begin  verderprepost

66 Sint-Martens-Latem, eind april 1906

Waarde Heer van Dishoeck,

De talrijke beslommeringen met de Zaak beletten mij te werken gelijk ik het zou wenschen; toch komt het overige voor ‘Janus’ gauw in orde. Men kan altijd voortgaan met ‘Blauwbaard’, nietwaar? Intusschen maak ik ‘Don Juan’ klaar, en kunnen we verder drukken.1 ‘Blauwbaard’ kan afgedrukt worden naar ‘Vlaanderen’.

Van 't Ministerie: nog niets. Ik weet niet na welk termijn die menschen betalen.

[p. 81]

Heeft Vermeersch het geld reeds gehad?2 Zoodra ik het ontvang, stuur ik het u natuurlijk op.

Voor ‘Vlaanderen’: ik had gehoopt een nr te kunnen maken van slechts 2 ½ vel druks.3 Dat was nagenoeg klaar: alleen wachtte ik nog op een brok proza van Stijns, beloofd door Teirlinck. Ik heb gewacht tot voor enkele dagen; toen zou het te laat worden, en ben ik gedwongen geweest een stuk te plaatsen van Toussaint, dat 14 bdz. beslaat in plaats van 10.4 Zoodat ik, tot mijn spijt, gedwongen was een nr te maken van 2 3/4 vel.5 - Het nr is geheel klaar, 't eerste vel moet reeds afgedrukt zijn, denk ik. - Voor 't Juni-nr is reeds heel wat kopij ter drukkerij: we zullen een volledig nr (48 bdz.) moeten maken, vrees ik. Maar dan winnen we dat in met Juli, hoop ik, en geven dan slechts 40 bdz.6

't Is weêr einde der maand, en weêr heb ik veel te betalen. Daar komt geen einde aan!... En weêr kom ik U vragen of U me 't honorarium voor de Mei-afl. nu niet, in plaats van ná den eersten, sturen wilt. Het ware me zeer verplichten: U weet het.

Ik heb 4 bdz. verzen + 162 lijnen kleinen tekst; dat maakt 20 + 16,20 = 36,20 F.7 Verleden maand heeft U me 100 F betaald. Maar ik had 28 bdz. in plaats van 25 bdz., zoodat me daar nogmaals 12 F op toekomt, plus: 12,70 F kleinen tekst, samen dus 12 + 12,70 = 24,70 F.8 Nu heb ik nog in Maart: 6,99 F en in April 8,66 F redactie kosten gehad, samen: 15,65 F. Zoodat me, met uw goeddunken, zou toekomen: 36,20 + 24,70 + 15,65 + 76,55 F. Doch, ik-zelf ben U nog 8,85 F schuldig van in Februari: U stuurde me toen 120 F in plaats van de 111,15 die me toekwamen.9 Zoodat de rekening van heden zou bedragen: 76,55 - 8,85 = 67,70 F. Ik weet dat ik vervelend ben met die geldkwesties. Geloof dan ook maar dat, indien ik het zoo noodig niet had, ik U zeker niet lastig zou vallen! - Geloof me intusschen zeer dankbaar, dat U me telkens zoo vriendelijk helpen wilt.

Met de hoop dat U ook ditmaal zoo goed zult willen zijn en dat ik over een paar dagen het geld zal mogen ontvangen, blijf ik, met vriendelijke groeten,

Uw d.w. dr.

Karel van de Woestijne

1Het verhaal ‘Don Juan sentimenteel’ is nooit verschenen.
2Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar Onderwijs had kennelijk een aantal exemplaren van Vermeersch' roman Mannenwetten bij Van Dishoeck besteld.
3Van de Woestijne wilde het meinummer van Vlaanderen inkorten om zo het halve vel teveel van het januarinummer te compenseren. (Vgl. brief 49, noot 3.)
4F. Toussaint van Boelaere (1875-1947) besprak in het meinummer Teirlincks roman De doolage. Het beloofde ‘brok proza’ van Reimond Stijns (die in december 1905 was overleden) is ook later niet in Vlaanderen verschenen.
5Een vel telde 16 bladzijden.
6Het julinummer zou echter ook 48 pagina's tellen.
7‘Liederen van lente en herfst’, in Vlaanderen 4 (1906) 5 (mei), p. 223-226; de ‘kleine tekst’ betrof de recensierubrieken ‘De Gedichten’ en ‘Roman-Literatuur’ in de afdeling ‘Leven en Kunst’ (p. 246-249). Voor de vier bladzijden gedichten was het honorarium B.Frs. 16 in plaats van de genoemde B.Frs. 20.
8In de afdeling ‘Leven en Kunst’ in Vlaanderen 4 (1906) 4 (april) publiceerde Van de Woestijne twee recensies in de rubriek ‘De Gedichten’ (p. 194-196) en een in de rubriek ‘Kunst’ (p. 196-197).
9Het voorschot voor ‘Blauw-baard of het zuivere inzicht’. (Vgl. brief 62, noot 8 en brief 65, noot 1.)
prepostterug  begin  verder