Waarde Heer van Dishoeck.
Ik heb in goede orde den postwissel ontvangen.1 Hartelijk dank!
Ook de Aug.-Aflevering, die, op een paar bdz. na, geheel op de drukkerij reeds is, komt intijds klaar. - Wijt echter niet steeds uitsluitend aan mij 't soms lang wegblijven der afleveringen: Thieme is soms heel traag, en de meêwerkers, in 't proef-verbeteren, ook al. En ook de boekhandelaars die 't nummer verzenden. Ziet U eens: de Juli-afl. was tegen 25 Juni geheel klaar. Ik vermoed dat U het vóor einde-Juni verzonden hebt. En weet U wanneer ik het heb ontvangen? Vandaag, 4 Juli!... En dan komen de overige redactie-leden bij mij klagen, dat we zoo laat klaar zijn...
Ja, stuurt U me alleen de boeken die ik aanvroeg: 't overige hebben we niet noodig. Toch ontving ik ook gaarne 't volgende, dat nog niet in de ‘Ned. Bibliografie’ voorkwam, maar op ons omslag staat:2
Biroekoff: Tolstoï's Leven.3
Jos. van Veen: Ernest Hello.4
Temme: Verzen.5
J.B. Schepers, Alwin.6
Wilt U zoo vriendelijk zijn, me ook spoedig de tijdschriften te sturen? Ik wacht er op om de laatste hand aan het Aug.-nummer te leggen.7
Intusschen, met mijne vriendelijkste groeten
Uw dw. en genegen
Karel van de Woestijne
