Waarde Heer van Dishoeck.
Ik heb in goede orde boeken en tijdschriften ontvangen,1 - ook de nummers van ‘Vlaanderen’ die ik nog niet had. Tot mijn spijt echter níet, enkele boeken die ik aanvroeg en op de lijst der ingekomen boeken aangekondigd stonden, o.a: M. Uyldert, Door het Leven; Aernout Drost, de Pestilentie van Katwijk en andere, die ik gaarne in de Sept.-aflevering zou bespreken.2
De Aug.-Afl. is geheel bij Thieme, ook de Sept.-Aflevering bijna volledig: alleen nog ‘Kunst en Leven’ ontbreekt. Zoo komen we ook heel vroeg in orde.
Ik ben beter en kan weêr aan werken beginnen denken. 't Gaat echter nog wel moeilijk: ik ben nog heel zwak.
Niettemin ontvangt U morgen of overmorgen de verbeterde vellen van ‘Janus’, pers-klaar, en ook spoedig dan 't vervolg van den tekst. Dan komen we wel klaar.
Intusschen, met vriendelijke groeten,
Uw genegen
Karel van de Woestijne
Ziehier eenige boeken die ik als ‘ingekomen’ in ‘Vlaanderen’ zag, en nog niet ontving. Gaarne wilde ik ze in eerstvolgend pak vinden:
| L. de Rooy van Heerlen: Het liefdeleven van Leo Trelong.3 |
| Joh. W. Broedelet: de Grijsaard en het Meisje.4 |
| van Elring: Harald de Scalde5 |
| S. Goudsmit: Dievenschool6 |
| H. Borel: Studies.7 |
Etc...
Met dank bij voorbaat,
Uw
K.v.d.W.