Waarde Heer van Dishoeck.
Neem me mijn lang zwijgen niet kwalijk: ik heb weêr een tiental dagen in bed gelegen, ziek aan de maag. Maar nu ben ik beter.
Morgen verbeter ik de drukproeven van ‘Janus’ en stuur ze U dan onmiddelijk op.
Wat Vlaanderen aangaat: de twee eerste vellen kunnen worden afgedrukt; wat nog ontbreekt voor het derde - een paar bladzijden - werk ik heden af en stuur het naar de drukkerij. Wij zullen dus ruim in tijds klaar zijn.1 Deze maand heb ik 7 bdz. gedichten in het nummer, en Leven en Kunst, 8 volle bdz. is gansch van mij.2 Zoodat me voor dit nummer 60 F toe zou komen. Ik heb aan briefwisseling 9,10 F verteerd. Samen dus: 69,10 F. Zou het U gelegen komen me deze som op te sturen? Ik zou ze thans goed gebruiken kunnen.
Met hartelijken dank bij voorbaat, en vriendelijkste groeten
Uw d.w. en genegen
Karel van de Woestijne
