terug  begin  verderprepost
[p. 93]

77 Sint-Martens-Latem, half september 1906

Waarde Heer van Dishoeck.

Ik hoop, U deze week nog een goed stuk van ‘Janus’ op te sturen. Zoo kunnen wij dan voort. Is ‘Blauwbaard of het Zuivere Inzicht’ reeds op de zetterij?

Ander nieuws: tegen 15 October zal ik van Laethem weg zijn, en in Brussel, van wege mijne correspondentie in de N.R.Ct.1 Ik ga niet ver van Vermeylen wonen; adres volgt binnen een paar dagen. Wil er dan voor zorgen, s.v.pl., dat het in ‘Vlaanderen’ bekend worde gemaakt. 't Zou me dan ook aangenaam zijn, vóor 15 dezer de ingekomen boeken en tijdschriften nog te Laethem te ontvangen. Ik lees in de N.R.Ct. dat er in ‘Van Onzen Tijd’ een stukje over mij van Maria Viola staat.2 Dat interesseert me zeer: 't oordeel van een vrouw over poëzie is steeds interessant, en 't gemaakte in Maria Viola's optreden is voor mij niet zonder charme. Ik ben zeer benieuwd.

Het nr van ‘Vlaanderen’ zal wel klaar zijn, vertrouw ik.3 Gij ziet er in dat ik er 2 bdz. verzen, en 160 lijnen ‘Leven en Kunst’ in heb.4 Reken ik goed, dan maakt dit samen 8 F + 16 F = 24 F uit. De correspondentie beliep deze maand 8,90 F. Samen dus: 24 + 8,90 = 32,90 F. Mag ik U vragen, me dat sommetje op te willen sturen? Verhuizen kost zooveel geld, en alle baten helpen immers.

Ik heb een ontwerp, dat ik U, zonder meer, onderwerp; 't is waarschijnlijk onuitvoerbaar; misschien wel... nuchter van mijnentwegen. En toch bied ik het u aan... voor wat het waard is.

Ziehier. Ik heb een goed deel klaar van wat ik noem: ‘de twaalf maanden’, d.i. een gedicht per maand. Een deel ervan hebt ge in ‘Vlaanderen’ kunnen lezen.5 - Nu heb ik gedacht: gij zoudt een ‘almanak’, een ‘Jaarboek der ziel’, of zoo iets uitgeven: eenvoudig een kalender, vier dagen (eenvoudig de datum) per bladzijde, en, vóor iedere maand geplaatst, een gedicht van mij. Ik reken dat, in kwarto-formaat, dit een bundel - een kerstbundel - van een 150 bdz. zou zijn, met heel weinig drukkosten, en... een zeer schoone uitgave zou uitmaken. Begrijpt ge me goed? Het zou iets zijn als volgt. Eerst: titel (Jaarboek voor 1907, of zoo iets, of dichterlijk: Jaarboek der ziel voor ---). Daarna: Januari; mijn Januari-gedicht; een lijst der dagen van Januari, vier per bdz. geplaatst, met na iederen dag ruimte om er zijn indrukken of... zijne te betalen rekeningen op aan te teekenen. - En zoo voort voor Februari, Maart, etc...

Nu vindt ge meer dan waarschijnlijk mijn voorstel idioot. Ik bied het U ook voor niet veel meer aan. 't Ware echter misschien iets dat als kerstgeschenk te ondernemen

[p. 94]

ware. Het is een oud plan van De Praetere en van mij... Het spreekt van-zelf dat ik U voor die twaalf gedichten - waar ik zeer tevreden over ben - geen honorarium vragen zou, buiten een paar exemplaren... als het ooit zoover komt.6

Lach me nu niet te zeer uit, - en geloof me, na vriendelijkste groeten

Uw dw. en verkleefden

Karel van de Woestijne

1Van de Woestijne werd, na bemiddeling van De Bom (en na een proeftijd vanaf half juli 1906), half september 1906 door Johan de Meester aangenomen als Brussels correspondent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Hij zou de functie tot aan zijn dood in 1929 bekleden. Vanwege het correspondentschap verhuisde hij begin november 1906 van Latem naar Elsene bij Brussel. (Zie P. Minderaa, Karel van de Woestijne. Zijn leven en werken [I], Arnhem 1942, 261-262.)
2Cornelia Johanna (Maria) Viola (1891-1951) was redacteur van het rooms-katholieke tijdschrift Van Onzen Tijd. In de ‘Litteraire kroniek’ in Van Onzen Tijd 6 (1906) 2 (september), p. 259-280) recenseerde zij Van de Woestijnes Verzen. Zij sprak van ‘overgangskunst’; Van de Woestijne noemde zij decadent: ‘allereerst is hij toch Vlaming naar den aard der latere “primitieven”, zoon eener schoonheid, wiens levenskracht in zinsverfijning kwijnt’; ‘kunst als van Karel van de Woestijne bevat geen kiem ten leven; ze is een pralende dood [...]’. Haar eindoordeel over de bundel was overigens positief.
Van de Woestijne las over het artikel van Viola in het overzicht van de tijdschriften in de NRC van 30 september 1906.
3Bedoeld is het oktobernummer.
4‘October’ en in de rubriek ‘Leven en Kunst’: ‘De gedichten’, ‘Roman-literatuur’ en ‘De tijdschriften’, in Vlaanderen 4 (1906) 10 (oktober), p. 476-477 en p. 485-492.
5‘October’ (vgl. noot 4) en verder: ‘Liederen van lente en van herfst’, in Vlaanderen 4 (1906) 5 (mei), p. 223-226 en 6 (juni), p. 265-267; ‘Zommerverzen I-IV’, in Vlaanderen 4 (1906) 9 (september), p. 410-416.
6Een dergelijk ‘Jaarboek der ziel’ is nooit verschenen. De genoemde gedichten werden opgenomen in ‘De rei der maanden’ in de bundel De gulden schaduw (1910).
prepostterug  begin  verder