terug  begin  verderprepost

80 Brussel, eind november 1906

Waarde Heer van Dishoeck

Hartelijk dank voor de toegestuurde gelden. Dat is allervriendelijkst van U. Geloof dat ik me tegenover U zeer verplicht gevoel.

Ook voor uw bemoedigende woorden ben ik U dankbaar. Ik ben nu weêr kalmer, geruster, en 't werk zal nu al heel spoedig klaar komen...

Neen, meer kunt u met die bloemlezing van ‘Prudens van Duyse’ niet oploopen, maar... in Holland zal dat toch niet pakken, vrees ik.1 Van Duyse heeft voor ons, Vlamingen, een zekere beteekenis. In een tijd, dat er in Vlaanderen niets was, was hij veruit de beste. Hij maakt deel uit, is een toppunt van onze cultuurgeschiedenis, evenals, b.v., Pol de Mont.2 Hij heeft ook wel eenige kernige, krachtige verzen geschreven; maar - in Holland, waar hij weinig gekend is, en géen cultuurbeteekenis heeft, zal hij alleen om zijn literaire waarde zijn te beoordeelen, en, zeer verouderd als hij is, vrees ik wel dat het gehoopte posthuum succes een fiasco wordt. Maar oneer is er natuurlijk nooit, een bloemlezing van Van Duyse uit te geven, al even weinig als om een bloemlezing van zijn tijdgenoot Bilderdijk, en veel minder dan om eene bloem-

[p. 99]

lezing uit mindere sterren, als een Tollens of zoo...3 In ‘Vlaanderen’ zal er ook wel, denk ik, bij gelegenheid van die uitgave, een uitvoerig opstel verschijnen, dat U misschien van dienst zal kunnen zijn.

De Wandelende Jood kreeg ik van Vermeylen.4 Hartelijk geluk gewenscht om de uitvoering! En voor uw verzoek - adressen van congregaties: ik heb onmiddelijk geschreven aan een Professor der Universiteit van Leuven, die daarvan goed op de hoogte is. Zoodra zijn antwoord ontvangen stuur ik het u op.5

Die studie van V. Oordt las ik ook wel graag.6

Met herhaalden dank en vr. groeten,

Uw d.w. dr.

Karel van de Woestijne

1De door Victor de Meyere in twee delen bezorgde editie van de Gedichten van Prudens van Duyse verscheen in 1907 bij Van Dishoeck en bij De Seyn-Verhougstraete te Aalst gezamenlijk.
2De Vlaamse auteur Pol de Mont (1857-1931).
3De dichter Hendrik Tollens (1780-1856).
4Het in november 1906 door Van Dishoeck met een bandontwerp door Herman Teirlinck uitgegeven De wandelende Jood.
5Een dergelijk opgave is niet aangetroffen.
6Het is niet duidelijk, wat Van de Woestijne bedoelde: Adriaan van Oordt (1865-1910) schreef zelf geen studies of kritieken; welke studie over Van Oordt (vermoedelijk over diens roman Warhold) Van de Woestijne dan bedoelde, is ons niet bekend.
prepostterug  begin  verder