terug  begin  verderprepost

81 Brussel, begin december 1906

Waarde Heer van Dishoeck,

Met den besten wil der wereld kan ik niet binnen de twee dagen klaar zijn: ik heb het tegenwoordig voor de Courant zóo druk - iederen dag Kamerzitting, met de Kongo-kwestie,1 en dan nog 's avonds mijne correspondentie er voor schrijven -, dat ik alleen 's avonds heel laat aan ‘Janus’ werken kan, en dan nog een stuk in den nacht. - Het zal dus, als U 't goedvindt, voor volgend jaar zijn. Het is dan ook beter, meen ik. Er verschijnt thans zóo veel, dat mijn boek er wel in verloren kon loopen...

Wij zullen ons best doen om ‘Vlaanderen’ zoo vroeg mogelijk klaar te krijgen. Ik zal eens op de kneukels der mederedacteuren kloppen. Reeds Zaterdag a.s. houden we redactiezitting.2 Daar steken we 't nummer ineen, dat dan wel tegen Kerstdag verschijnen kan. Is het goed aldus? Zaterdag ook dan stellen we dan samen het schema van prospectus, door U gevraagd, op, en laten U meteen een lijstje geworden van waarschijnlijke bijdragen in 1907.3

Intusschen, met vriendelijke groeten,

Uw d.w.

Karel van de Woestijne

[p. 100]


illustratie
Kopijhandschrift Het gelaat des dichters (1913). (Collectie Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, Antwerpen.)

1Tussen koning Leopold II en het Belgische parlement rees een conflict over bij wie het gezag in Belgisch-Congo diende te berusten; eind november 1906 werd de zogeheten ‘Kongo-kwestie’ in de Kamer besproken. Van de Woestijne schreef tussen 30 november en 16 december 1906 elf artikelen over de kwestie in de Nieuwe Rotterdamsche Courant.
2Waarschijnlijk zaterdag 8 december.
3Voor de vijfde jaargang van Vlaanderen verscheen een vergelijkbaar prospectus als voor het jaar 1906. (Vgl. brief 49, noot 1.)
prepostterug  begin  verder