terug  begin  verderprepost

86 Bosvoorde, mei/juni 1907

Waarde Heer van Dishoeck,

Ik ben waarlijk geroerd door uw zoo vriendelijken, hartelijken brief. Welk verschil met de bejegening die ik hier van z.g. vrienden onderga!1

Toch vergist ge u, als ge meent dat ik de voor U ontvangen gelden voor eigen

[p. 106]



illustratie
Janus met het dubbele voor-hoofd met een bandtekening door Gustave van de Woestijne, 1908.

[p. 107]

gebruik zou hebben aangewend. Ziehier wat is geschied. Al mijn geld (Uwe 260 F, plus een 230 fr. van mij) lagen, met de nog onbetaalde kwitancies, in eene lade op slot. Op zekeren dag wil ik die kwitancies nemen om ze u terug op te sturen, en - bemerk dat al het geld, alsook de eenige kwitancie die nog in Brussel betaalbaar was, die van Tijtgat,2 verdwenen was. Huiszoeking, natuurlijk, maar zonder gevolg. Wie te beschuldigen? Ik had vreemde werklui in huis...

Mijne eerste beweging was, u alles te schrijven. Maar zou dat niet op eene ontvreemding gelijken? Liever dan maar wachten dat ik het geld teruggewonnen had, om U dan alles eerlijk terug te geven, en te zeggen hoe alles kwam. Het was misschien een domme fierheid van mij, liever onder verdenking te staan tot ik alles aanzuiveren kon dan mij te willen verontschuldigen; maar dat ligt nu zoo in mijn aard, - en ik heb geen ongelijk; ge gaat later zien waarom.

Mijn vrouw gaat natuurlijk naar Tijtgat: men was nog niet komen ontvangen; en Tijtgat zou alles met u afhandelen. Heeft hij dat gedaan?...

Ik, intusschen, was ziek, dat herinnert ge u nog. Niet te minder werkte ik. Ik had gehoopt geld te kunnen leenen, om 't spoediger met u af te kunnen handelen; maar 't ging niet. Gelukkig had ik een bestelling voor de ‘Wereldbibliotheek’: de vertaling van de ‘Ilias’.3 Deze zal nu begin der volgende week klaar zijn. God zij gedankt: alles komt dus in orde binnen enkele dagen.

Dat ik gelijk had, me bij niemand te willen verontschuldigen, en fier te zwijgen, wordt bewezen door 't gedrag van, b.v., Vermeylen. Hierbij gaat zijn laatste brief: gij ziet dat hij de waarheid niet spreekt, en daarenboven een wantrouwen toont dat ik nooit van een vriend zou verwachten, en me nooit tegenover een vriend zou veroorloven.4 Zulke bejegening heeft me verontwaardigd en bedroefd: ik zou dan ook mijn ontslag reeds gegeven hebben in de redactie van ‘Vlaanderen’, was het niet dat gij uitgever waart... Want met menschen die mij zóo... onbeleefd als Vermeylen bejegenen, heb ik niet gaarne omgang.

Om nu de zaken maar geheel af te maken in eens: Ik stuur U hierbij de onbetaalde kwitancies terug. Op uw lijstje was die van Callewaert-Yperen vergeten (8,10). - Ontbreekt dus: Tijtgat-Brussel. Die van V.d. Linden-Brussel werd u vroeger teruggestuurd, meen ik. Zooniet, dan werd die ook ontstolen...

Ik had dus voor u ontvangen: F 262,05.

Op 19en November 1906 ontving ik als voorschot van u:   F 66,97
Voor Dec. krijg ik als honor.   F 17,30

[p. 108]

blijft   F 49,67
In Jan. betaal ik aan briefwisselings en verzendingskosten   F 9,50
aan postwissels voor de kwitancies   F 3,50
    _________
samen F 13,00.   F 13,00
Ik blijf dus einde Jan. schuldig   36,67 F.
     
Overdracht:   262,05 F
Voor Maart krijg ik als honor.: F 48,00  
Voor Mei krijg ik als honor.: F 36,005  
  ________  
samen F 84,00  
Ik ben schuldig F -36,67  
  ________  
te mijnen bate dus F 47,33  
die ik aftrek:   -47,33 F
    ________
blijft:   F 214,72
Ik heb aan Teirlinck in Febr. als afkorting op honor. gegeven:   F -70,00
    ________
blijft dus:   144,72 F

die ik U dus schuldig ben, en volgende week met U vereffen. Wil me laten weten of dat alles met uwe rekeningen klopt.

‘Janus’ nu. Ik ben werkelijk beschaamd; maar moest alles natuurlijk laten liggen tot de ‘Ilias’ af was. Nu nadert het einde, en ga ik mij met verschen moed aan 't werk kunnen zetten, zoodat dit alles heel, heel gauw in orde komt.

Ik zie straks nog die proeven na. Morgen of overmorgen zal ik U dan zeggen wat definitief af mag worden gedrukt. En tegen den zomer kunnen we dan wel verschijnen...

En laat me U nu, welgemeend, uit ganscher harte danken voor uwe goedheid jegens mij. Geloof dat ik U erkentelijker ben dan ik wel zeggen kan.

Met hartelijke groeten

Uw dw. dr.

Karel van de Woestijne

1De relatie met August Vermeylen was er na de verandering in de redactie van Vlaanderen niet beter op geworden. Vermeylen schreef aan Van Dishoeck over de trage overdracht van het secretariaat: hij had, zonder succes, meerdere keren bij Van de Woestijne aangedrongen op een overzicht van de diverse betalingen, opdat een eindafrekening kon worden gemaakt. (Zie De geschiedenis van het tijdschrift Vlaanderen. Brieven en documenten (ed. G.H. 's-Gravesande), Brussel [enz.] [1962], p. 116-119.)
2Dit betreft de betaling van Tijtgats abonnement op Vlaanderen.
3De ‘Wereldbibliotheek’ was de grootste en bekendste serie van de in 1905 door L. Simons (1862-1932) opgerichte uitgeverij Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur. De uitgeverij werd meestal aangeduid met de naam van deze serie.
Al in januari 1906 maakte Van de Woestijne plannen voor diverse vertalingen voor de Wereldbibliotheek, waaronder een Ilias-vertaling. In april 1907 sloot hij een contract met de Wereldbibliotheek voor ‘de vertaling van fragmenten van Homeros' “Ilias” met verbindende tekst’; de vertaling verscheen overigens pas in april 1910. Het honorarium voor de eerste oplage van 5000 exemplaren bedroeg B.Frs. 1000. (Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, Antwerpen.)
4Bedoelde brief van Vermeylen hebben wij niet aangetroffen. Op 29 mei 1907 schreef Vermeylen aan Van Dishoeck: ‘Het is wel duidelijk dat hij [= Van de Woestijne] uitvluchten zoekt om tijd te winnen. Maar dat duurt nu al (met mij althans) drie volle maanden! Wordt het niet tijd dat de puntjes op de i's eens gezet worden? Schrijft u hem daarover?’ (Letterkundig Museum, Den Haag; vgl. De geschiedenis van het tijdschrift Vlaanderen, Brussel [enz.] [1962], p. 118.)
5In maart 1907 had Van de Woestijne ‘Aischulos' Zeven op Thebe los (fragment)’ en in mei ‘De zuivere jongeling en zijn zatte moeder’ gepubliceerd (resp. p. 96-107 en p. 189-197).
prepostterug  begin  verder