terug  begin  verderprepost
[p. 109]

87 C.A.J. van Dishoeck aan Karel van de Woestijne. Bussum, 7 oktober 19071

Waarde Heer!

Ik waag nu nog dit allerlaatste schrijven betreffende Janus.

De 4 vel heb ik nu zelf nogmaals af laten drukken en doorgelezen en slechts een enkel drukfoutje gevonden. Ik zal tot Woensdagavond wachten of u u verwaardigt mij eenig antwoord of uw correctie der revisie te zenden, anders order geven tot afdrukken. Verder deel ik u mede dat ik nog tot Zaterdag zal wachten, hoogstens Maandag op de verdere copie Don Juan Sentimenteel en Christophorus.2

De eerste stond meen ik reeds in eenig tijdschrift en zal ik naar zoeken, vind ik het u proef doen zenden en 3 dagen wachten op correctie of 't anders zelf corrigeeren.

Hoor ik in 't geheel niets dan sluit ik het boek met Blauw-Baard en laat het verschijnen.

Langer wensch ik nu niet meer te wachten.3 Dat begrijpt u nu zelf wel. 1 ½ jaar geleden zou 't verschijnen, heb ik uw honorarium betaald en wacht ik nòg langer dan ben ik m'n bestellers misschien ook weêr voor een deel kwijt.4

1De brief is een onvoltooide kladversie.
2Het verhaal ‘Don Juan sentimenteel’ is nooit gepubliceerd; het is evenmin overgeleverd. (Zie ook brief 85 en brief 88, noot 3.)
3Na het woord ‘wachten’ schrapte Van Dishoeck de zin: ‘Uw wijze van handelen laat ik aan u te beoordeelen.’
4In februari 1906 had Van de Woestijne een voorschot op het honorarium van Janus met het dubbele voor-hoofd ontvangen. Het is ons niet bekend, of hij het gevraagde bedrag van B.Frs. 200 in zijn geheel had gekregen. Van Dishoeck had Janus met het dubbele voor-hoofd voorjaar 1906 al aan de boekhandels aangeboden. (Zie brief 55, noot 1, brief 58 en brief 59.)
prepostterug  begin  verder