terug  begin  verderprepost
[p. 115]

91 Bosvoorde, 8 februari 1908

Zaturdag middag.

 

Waarde Heer van Dishoeck

Ik heb Uw voorstel aangaande ‘Vlaanderen’ bij aankomst aan v. Langendonck medegedeeld. Hij scheen er niet ongenegen aan te zijn, maar wilde eerst met de vrienden praten, vóor hij eene uitspraak waagde. Gisteren nu zag ik Vermeylen, die, met van Langendonck, Streuvels had gezien. Ik was er niet bij en weet dus niet wat er gebeurd is. In overeenkomst met Vermeylen, heb ik v. Langendonck heden verzocht zoo spoedig mogelijk eene redactiezitting te beleggen, waarbij een definitief besluit zou worden genomen. Dat besluit laat ik u dan gaarne onmiddelijk kennen, tenzij een ander redactielid er aan hechtte het te doen.1

 

Aangaande ‘Janus’: ik verzend heden aan Nifterik vel 15 en 17, klaar om af te worden gedrukt, alsook vóorwerk. Vel 18 heb ik in proef, en vertrekt ook meê. Vel 16 heb ik U in revisie ter hand gesteld op de kamer van Mejuffrouw Salomons,2 met het verzoek, zelf die revisie eens door te willen zien. Is die revisie nu verloren gegaan? Of aldaar blijven liggen? - Daar ware nog weinig aan verloren: dat Nifterik mij een nieuwe proef stuurt, en 's anderen daags heeft hij ze terug.

De reis in Holland is heerlijk geweest, ook dank aan Uwe bemoeiïngen. Ik ben er u zeer dankbaar om. Er bestaat plan dat ik in 't najaar terug kom.

Met vriendschappelijke groeten, Uw d.w.

Karel van de Woestijne

1Op 1 februari 1908 schreef Van Dishoeck aan Van Langendonck: ‘Wanneer de Redacteuren van tot nu zich verbinden er ernstig naar te zullen streven Vlaanderen vooruit te helpen, copie te leveren die naar gelang van omstandigheden al of niet betaald wordt (onderling te regelen) en werk van jongeren niet of zeer gering te honoreeren, goede copie zien te krijgen zonder betaling, alles zooals te doen gebruikelijk is en was met andere tijdschriften; wanneer eenigen beginnen met iets te doen en te toonen dat 't hun ernst is hun tijdschrift te behouden door gratis copie af te staan, wanneer er enkelen zijn die iets doen willen in werkelijkheid (nièt met beloften alleen) voor 't verwerven van abonnés [...]. Dan ben ik bereid 't nog weer te probeeren en voort te zetten, zooals u weet toestaande als maximum honorarium de som van Een Duizend Franken.’ Van Langendonck antwoordde hem op 5 februari onder meer dat 1000 frank (500 gulden) niet volstond. Hij eiste ƒ1000,- van Van Dishoeck. Waarschijnlijk bleef Van Dishoeck bij ongeveer dezelfde voorwaarden die hij aan Van de Woestijne in Nederland meedeelde. In de door Van de Woestijne aangekondigde redactievergadering werd het voorstel van Van Dishoeck vervolgens besproken. Op 29 februari schreef Van Langendonck aan Van Dishoeck: ‘Na rijp overleg heeft de redaktie besloten “Vlaanderen” niet voort te zetten.’ (Letterkundig Museum, Den Haag; zie ook De geschiedenis van het tijdschrift Vlaanderen. Brieven en documenten (ed. G.H. 's-Gravesande), Brussel [enz.] [1962], p. 134-138.)
2De schrijfster Anna Maria Francisca (Annie) Salomons (1885-1980), die werkte voor uitgeverij Van Dishoeck.
prepostterug  begin  verder