terug  begin  verderprepost

92 Bosvoorde, 1 maart 1908

1 Mrt 1908.

 

Waarde Heer van Dishoeck,

Ik verzond daareven aan uw adres de laatste drukproeven van ‘Janus’. U wilt ze nog wel eens dóorlezen, niet waar? En dan maar laten afdrukken. Nu wilde ik even nog

[p. 116]



illustratie
Afwijkingen, 1910.

[p. 117]

een laatste drukproef van het vóorwerk zien, en... dan is alles, Goddank, klaar. Wanneer denkt ge dat we verschijnen? Jhr. Feith, van het ‘Handelsblad’, vroeg me eenige inlichtingen over mijn ‘jongste plannen.’ Ik heb een stukje ingezonden over ‘Janus’.1 Dat kan niets dan goed, natuurlijk.

Als het klaar is, wilt U me dan wel een twintigtal presentexemplaren sturen, niet-waar. Wil zoo vriendelijk zijn bij het pak het paar beloofde boeken te voegen, en ook een gebonden exempl., zoo mogelijk van mijne ‘verzen’, voor Emile Verhaeren.2 Deze zond me weêr, met eene allerliefste opdracht, zijn laatste boek, en... ik kan hem niets terugsturen, vermits ik niets meer heb...3

En als ‘Janus’ klaar is, kunnen we dan eens nader praten over den nieuwen bundel Verzen? Binnen een paar maanden is hij geheel klaar.

Met hartelijke groeten

Uw dw.

Karel van de Woestijne

1Jhr. J. Feith (1874-1944) was journalist van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Op 1 februari was Janus met het dubbele voor-hoofd in de NRC als ‘dezer dagen te verschijnen’ aangekondigd; ook werd ‘een tweede lijvige bundel Verzen’ in het vooruitzicht gesteld.
2De Franstalige Belgische dichter Emile Adolphe Gustave Verhaeren (1855-1916).
3Het is ons niet duidelijk, om welke bundel van Verhaeren het precies gaat: in 1907 verscheen van hem Toute la Flandre. ‘La guirlande des dunes’-Poèmes, en in 1908 Toute la Flandre. ‘Les héros’-Poèmes; in 1910 zou Van de Woestijne zijn bundel De gulden schaduw opdragen aan Verhaeren (en aan Prosper van Langendonck).
prepostterug  begin  verder