
Afwijkingen, 1910.
een laatste drukproef van het vóorwerk zien, en... dan is alles, Goddank, klaar. Wanneer denkt ge dat we verschijnen? Jhr. Feith, van het ‘Handelsblad’, vroeg me eenige inlichtingen over mijn ‘jongste plannen.’ Ik heb een stukje ingezonden over ‘Janus’.1 Dat kan niets dan goed, natuurlijk.
Als het klaar is, wilt U me dan wel een twintigtal presentexemplaren sturen, niet-waar. Wil zoo vriendelijk zijn bij het pak het paar beloofde boeken te voegen, en ook een gebonden exempl., zoo mogelijk van mijne ‘verzen’, voor Emile Verhaeren.2 Deze zond me weêr, met eene allerliefste opdracht, zijn laatste boek, en... ik kan hem niets terugsturen, vermits ik niets meer heb...3
En als ‘Janus’ klaar is, kunnen we dan eens nader praten over den nieuwen bundel Verzen? Binnen een paar maanden is hij geheel klaar.
Met hartelijke groeten
Uw dw.
Karel van de Woestijne