terug  begin  verderprepost

94 Bosvoorde, maart/april 1908

Waarde Heer van Dishoeck.

Neem me niet kwalijk dat ik niet vroeger schreef. Het was ondankbaarheid noch luiheid. Maar ik heb het zoo lastig gehad met allerlei moeilijkheid, was daarbij ongesteld. Ik kon er niet toe komen met een kalm hoofd na te denken. - Nu zal het binnen enkele dagen grootendeels uit den weg zijn geruimd. Goddank!

[p. 119]

Laat ik u eerst danken voor 't gestuurde honorarium. Ik vergeet niet licht den dienst dien ge me daar bewezen hebt. Geloof dat ik er me zeer aan U door verplicht gevoel. Nogmaals dank.

't Ontwerp-contract vind ik heel goed: zag er echter gaarne in vermeld dat auteur en uitgever gezamenlijk de stoffelijke uitvoering van het boek, ook bij herdruk, bespreken.1

Aangaande ‘de Gulden Schaduw’ (waaruit gedichten in ‘de(n) Gids’ komen):2 Toussaint, die een bibliophiel is, zou gaarne hebben dat een klein getal exemplaren ervan op Japansch papier zou worden getrokken. Hij-zelf zou u dertien exemplaren bestellen op Japansch papier, die ge hem in vellen leveren zoudt. Gij zoudt den prijs rekenen van een gewoon ingebonden exemplaar, plus de kosten van het papier. Hij zou zich daarentegen verbinden die boeken niet in den handel te brengen: zij zouden in de handen komen van dertien vrienden van hem, die elk een dertiende deel der onkosten zouden dragen. Toussaint zou tegenover u verantwoordelijk zijn. - Dit was zoo maar een voorstel van ons. Kunt u daar op ingaan?

Toussaint wil U als dank volgenden dienst bewijzen. - U vraagt me of ik kaarten wensch tot inschrijving, van ‘Janus’ en, later, van ‘Gulden Schaduw’. Ik-zelf ken hier weinig menschen. Van vrienden uit Vlaanderen ben ik geheel vervreemd sedert anderhalf jaar. Die kaarten zouden dus niet veel geven. Maar Toussaint heeft heel veel betrekkingen, kan onmiddelijk in het ministerie werken; en is daarenboven secretaris der ‘Vereeniging van Letterkundigen’. Als dusdanig heeft hij plaatsing van driehonderd zulke kaarten, die hij zich gelast te verzenden. Dat brengt in elk geval meer op dan als ik het zou doen. Wilt U dan voor die kaarten zorgen? En krijg ik er drukproef van?

Ik zie met spanning naar ‘Janus’ uit. Is hij nog niet klaar?3 Dank voor de beloofde present-exemplaren. Wilt U er dan die twee exemplaren van mijne ‘Verzen’ bij doen, alsook ‘Meisje-Studentje’ en ‘Floris V’?4 Hartelijk dank bij voorbaat.

Ik verontschuldig mij nogmaals om mijn laat schrijven, en beloof u mij te beteren, en bied u mijn hartelijksten groeten aan.

Uw genegen en d.w.

Karel van de Woestijne

1Het ontwerp-contract hebben wij niet gevonden.
2Er zijn geen gedichten uit de bundel De gulden schaduw in De Gids verschenen.
3Janus met het dubbele voor-hoofd zou op 24 april bij C.A.J. van Dishoeck te Bussum verschijnen.
4Van de Woestijne doelde op Meisje-studentje van Annie Salomons en Floris V van Adriaan van Oordt, die beide in 1906 bij Van Dishoeck waren verschenen.
prepostterug  begin  verder