terug  begin  verder
[p. 175]origineel

Negen- en- vijftigste brief.
De Heer jacob van veen, aan den Heere paulus wildschut.

mijnheer!

Ik zocht tot nu vergeefsch de gelegenheid om u eenige minuten ongestoord te kunnen spreeken: dewijl er nu geen ander middel om u mijn verzoek voortedraagen, overig blijft, dan mijn pen, heb ik de vrijheid genomen dezelve ten dien oogmerke opteneemen.

Mogelijk Mijnheer weet gij nog niet dat ik uwe dochter bemin: dit is echter waar, en hoewel de jonge Juffrouw niet onkundig daarvan is, heb ik nooit meer blijken van goedkeuring dan van afkeuring ontvangen: dit bemoedigt mij om te denken dat zij onverschillig, maar geenzins afkeerig van mij is: in die hoop vraag ik u Mijnheer, of gij mij toestaat aan uw huis te verkeeren, met het bepaald oogmerk, om uwer dochters genegenheid voor mij te winnen?

Mijne omstandigheden zijn u bekend, maar ik zal u, indien gij mijn verzoek aanneemt, daarvan een grooter opening geeven, wèl overtuigd dat er van dien kant voor mij niets te vreezen valt.

Mijne ongeduurigheid naar een antwoord van u

[p. 176]origineel

is zo groot, dat ik te eerder eindig om u dus in staat te stellen, spoedig te voldoen aan het verzoek van

 

mijnheer!

 

Uw' nederigen dienaar,

 

j. van veen.

terug  begin  verder