terug  begin  verder

uittrekzel des briefs waarvan de heer wildschut melding maakte.

Bedenk, mijn waarde Broeder! dat men in het aangaan van een zo ernstige verbintenis als het huwelijk is, zeer bedachtzaam behoort te zijn: dat men behoort te overweegen, of het voorwerp onzes behagens, hoedanigheden heeft die een braave Moeder, of verstandigen Vader belooven; dat men zo eene verbintenis niet moet aangaan zonder de nakomelingen daarin te bevatten: het huwelijk, in

[p. 143]origineel

zijne hoofdbedoeling beschouwd, is de voordplanting des menschlijken geslachts: van de keuze die wij doen, hangt het af of wij der maatschappij met nuttige en gelukkige Burgers, dan met onnutte en ongelukkige inwooners zullen verrijken, of belasten.

Een kind hangt zo niet geheel, ten minsten oneindig meer af, van zijne opvoeding, dan van alles wat wij goedvinden natuurlijke begaafdheden, natuurlijk oordeel te noemen: ja de opvoeding geeft wel eene reden, ook een geweten; zij vormt deugden en ondeugden: ik bepaal mij thans grootendeels, bij de opvoeding die binnen ons huis, en door onze Ouders ons gegeven wordt, en niet op alle voorvallen, omstandigheden en standen, waarin wij vervolgends ons zullen bevinden: deeze keuze is nog te zorgelijker voor een' man, om dat hij weet dat de Moeder de eerste indrukken aan zijne kinderen geeven zal: hoe veel, hoe oneindig veel hangt 'er des niet af, van de keuze eener vrouw, die men hoopt Moeder te zien! het kiezen eener vriendin of vriend is zeker iet van groot gewigt: maar eene vrouw te kiezen, die eens de Moeder van one kinderen zijn moet... mag ik u bidden, wildschut! overweeg de zaak nog eens ernstig, in dat licht beschouwd.

terug  begin  verder