Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart


auteur: Betje Wolff en Aagje Deken


bron: Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Cleef, Den Haag 1782  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 105]

Zeven en twintigste brief.
Mejuffrouw Maria Spilgoed aan den Heer Abraham Blankaart.

Wel Edel heer!

De lieve Juffrouw Sara Burgerhart heeft, zo als zy my verzekert, met goedkeuring van u, myn Heer, in hoedanigheid van Voogd, haar verblyf by my genomen; en my pogen over te halen, om, by hare komst, zes maanden voor uit te betalen, op uwe orders. Ik twyffel aan beide deeze gezegdens niets in 't allerminste. Haar karakter verheft haar boven alle kunststreken. Het zou my echter zeer aangenaam zyn, indien gy, myn Heer, zo goed waart, om my door eenige regelen te doen weten, dat gy ten vollen content zyt met de keuze, die Juffrouw Burgerhart ten mynen opzichte heeft gedaan; en my te ontslaan van geld in voorraad te ontfangen. Ik laat de conditien geheel aan u: uw inborst is my door de zoete vlugteling genoeg bekent.

De ongevallige omstandigheden, waar in ik my, zedert den dood myns mans, bevond, die juist de beste huishouder niet was, en die my

[p. 106]

weinig naliet, heeft my genoodzaakt iets by de hand te nemen; wyl ik geen hart heb dat in staat is, om my van trotsche Bloedvrienden afhankelyk te maken. Het bestaan, dat ik uitkoos, zou my alle myne rampen doen vergeten, indien alle myne Dames Burgerhartjes waren. Evenwel, ik klaag over niemand; maar dit meisje is een Engel. God geve, dat zy altoos in goede handen valle. Hare levendigheid is bekoorlyk; doch sommigen zouden wel eens voor dartelheid aanzien, 't geen niets is dan eene overdreevene vrolykheid: Hare zucht tot uitspanningen is ook zeer sterk: 't Is of zy hare schade inhaalt: Juffrouw Hofland heeft haar al te streng gehouden: Zy gaat veel uit, doch niet dan met hupsche jonge lieden. Ik hoop maar, dat zy met zo veel achting, als zy verdient, in de Huwlyks haven zal aanlanden.

Zie daar, myn Heer, het geen ik my verpligt vond aan u te schryven, buiten haar weten: myn knegt zal deezen aan uw huis bezorgen, wyl ik uw verblyf te Parys niet weet, en er ons meisje niet naar kan vragen. Ik ben met eerbied

 

Uwe ootmoedige Dienareste,

Maria Buigzaam,

Weduwe Spilgoed.