Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart


auteur: Betje Wolff en Aagje Deken


bron: Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Cleef, Den Haag 1782  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 127]

Vier en dertigste brief.
Mejuffrouw Sara Burgerhart aan Mejuffrouw Anna Willis.

[Geschreven voor Juffrouw Willis naar Rotterdam vertrok.]

Indien myn waarde Willis thans door Vapeurs geplaagt wordt, kan het wel gebeuren, dat de bygaande stukjes haar ophelderen; dat gebeurt wel meer, Kind, dat men de eene zotheid door de andere verdryft. Wat zegt gy van zo een licht als myn Vriend? Is dat geen Borstje daar men wat van wagten mag? Moet ik niet trotsch worden op den lof, my door zulk een waardig mannetje toegezwaait? Heb echter geen kwade gedagten van myn Bagatelle; 't is Letjes Broeder, en de beste Jonker, die ooit over zich zelf verwondert was. Hy doet meer goed dan kwaad, en kunnen alle jonge Gekjes dat wel zeggen? Onze lieve Huisvrouw heeft gaarn dat hy hier komt, om dat hy dan niet in gevaar is om ergens mede gesleept te worden, daar hy niet te doen heeft. Is dat niet braaf? Hy heeft het gevoelt, dat ik met hem railleer; dat was

[p. 128]

myn oogmerk; en alle te leurstellingen zyn ongevallig. Hy is puur grootsch op de eer die ik hem doe, van aan hem te denken; hoe - is het zelfde, geloof ik. Maar hy waant toch, dat ik het meer schreef om hem te plagen, dan om zyne zottigheden aftekeuren. Ik kan ook niet zeggen, dat hy geheel onnut is in eene Waereld, als waar in wy ons bevinden. Wy Meisjes hebben toch zo een knaapje nodig, nu om boodschappen te doen, dan om ons Nieuwtjes te vertellen, dan om een Quadrille-partytje te maken, dan om ons overal te brengen, daar de Etiquette niet toelaat zonder chapeau te verschynen. Ik heb er des niets tegen, dat Coo zin in my heeft, als ik hem maar kan bezigen tot alle die wissewasjes, waar toe ik een geschikt Huisknegt zelf te goed acht. Geeft hy zich daar airs op? dit is wel zeer tot zyn dienst, maar dan is hy des te zotter.

Ik ben gisteren in de Fransche Kerk geweest: waarlyk, de man preekt heerlyk; maar zo poppies-achtig opgedrilt! Ei, wat, er is niets in van een Apostel. Hierover eens meer. - Altoos

 

Uwe Vriendin,

S.B.