Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart


auteur: Betje Wolff en Aagje Deken


bron: Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Cleef, Den Haag 1782  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 207]

Negen en veertigste brief.
De Heer Jacob Brunier aan Mejuffrouw Sara Burgerhart.

Mon ange!

't Is wonderlyk, maar ik heb den moed niet, om u mondeling te zeggen, dat ik u bemin: telkens als ik dit meende te doen, weerhieldt myn eerbied voor u myn voornemen. Gy zyt zo minzaam, en te gelyk zo spottig, dat ik waarlyk niet weet hoe dit aantevangen, of hoe het natelaten. Hemel, ma chere, wat wilde ik zeggen? Maak ik niet een zot figuur in uwe oogen? Ik bemin u! ik adoreer u! gy zyt nooit uit myne gedagten, en zo gy my niet te veel zult uitlachen, dan zal ik er byvoegen, dat ik nooit een eenig goudbeursje zal knopen, dan voor u, Chere ame de ma Vie! ô Wy zouden een recht charmant Paar zyn, en ik twyffel niet, of myn Heer uw Voogd zal onze tedere amour applaudiseeren. Ik ben wel geen man van vermogen, maar gy denkt zeker te subliem, om u daar aan te bekreunen; en 't is waarschynelyk, dat ik eerlang een beter ampt zal krygen. En verité, mon Amie, men heeft be-

[p. 208]

kwame jonge lieden nodig; en men kent myne merites.

Op myn persoon denk ik niet dat gy iets te zeggen hebt: ik coeffeer en kleede my comme il faut. 't Is waar, dat uwe Conquête vele schone wangen zal doen gloeijen van spyt. De Dames zyn mal met my. Wat kan ik er aan doen? Myn hart wil dat ik u uitkies. Indien gy my de gelukkigste der mannen maakt, kunt gy verzekert zyn, van uw volstrekt vermogen over my; uw wil zal myn wet zyn: ik zal uwe wenschen voorkomen, en wy zullen, zo rasch wy getrouwt zyn, een Brabands reisje doen. Enfin, ma chere, alles zal naar uw zin gedaan en gelaten worden, door

 

Uwen Aanbidder,

J. Brunier.