Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart


auteur: Betje Wolff en Aagje Deken


bron: Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Cleef, Den Haag 1782  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 296]

Zes en zestigste brief.
Mejuffrouw Sara Burgerhart aan den Heer Abraham Blankaart.

Ge-eerde heer en voogd!

Myn verlangen, om eens van u te horen, dryft my om u deezen te schryven, hoewel ik waarlyk niet veel stof heb. ô Myn Heer Blankaart, wat ben ik by eene brave vrouw; zy is zeer krank geweest, maar ik heb haar zo trouw opgepast, om dat ik haar zo lief heb: en zo ik die vrouw verloren had, wat dan? Ik geloof; dat ik dan ook schielyk dood zou geweest zyn, zo heel lief heb ik haar; en zo veel achting heb ik voor haar. Nu, is zy byna herstelt. Wat leer ik hier goede dingen; ik weet niet, waar de tyd blyft. Ik ga wel in de Kerk, en lees ook in den Bybel; want in beide te doen, vind ik veel genoegen; maar ik ga ook in de Comedie, en op 't groot Concert. Met den Heer Brunier, en zyne lieve Zuster mag ik immers wel? Ik onderhou ook myn Fransch en Engelsch, ja leer beide veel beter uitspreken; om dat ik in de waarde vrouw zo eene meestres heb. Myn Muziek gaat zyn gang; alle daag

[p. 297]

dreun ik, of 's Lands welvaart daar aan hing. Hoeneer, myn lieve Voogd, komt gy toch t'huis? Wat heeft de oude Juffrouw Willis my een Brief geschreven! och, wierd ik ook nog eens zo eene vrouw!

De jonge Heer Edeling, (de koopman,) bezoekt ons dikwyls. Wat is dat een braaf verstandig man! en wat hoor ik hem gaarn met Juffrouw Buigzaam redeneeren! Hy zegt, dat hy myn Heer Blankaart kent, dat's goed! nu kan ik eens met iemand over u spreken. Vaarwel, myn geëerde Voogd. Ik ben

 

Uwe gehoorzame Pupil,

Sara Burgerhart.

 

PS. Pieternel, die by ons gedient heeft, heeft my verzogt, u van haar de dienstpresentatie te schryven.