|
|
|
| |
| | | |
Agt en zestigste brief.
Mejuffrouw Cornelia Hartog aan Mejuffrouw Wilhelmina van Kwastama.
Cara Mia!
Ik heb uw' geleerde Dissertatie, over den Oorsprong der Oude Talen, met een goedkeurent genoegen gelezen; als ook, uwe Oordeelkundigen Remarques over de Nederduitsche Poézy. Het Attisch Zout is, in het laatste stuk, niet gespaart. Nederduitsche Poëzy! quelle Sottise, ma chere! De goede, 'k spreek niet eens van schone, Dichtstukken onzer Landgenoten, zyn gelyk aan de Druiven uit Siberien; en de Poëtische door kunst en vlyt aangebragte vruchten smaken zó insipide, als de uitgebroeide Ananassen, die wy onlangs, by Mevrouw de Barones von Birchenstein, op het dessert hadden. Evenwel, ma chere, ik vergeef het onze Broddelaars en Broddelaarsters, dat zy ons zo veel vodden opdringen, nu gy uw schertzent vernuft, ten hunnen koste, zo voortreffelyk hebt bezig gehouden.
Vous étes ma confidente: Ik moet u niet laten
| | | |
ignoreeren, in welk eenen staat zich myn hart bevindt. Chere van Kwastama, wat zal ik zeggen? je soupire; je crains; evenwel, waarom dat? Heeft de waarde man niet een goed oordeel? Is 't geen homme du gout; en heb ik niet meer dan één aanbidder gehad? 't Is waar, ik ben niet meer piep jong, maar un air imposant heeft ook zyne beminnaars. Een schone taille! myn gelaat niet miniatuur fraai, cela est bien vrai, ma chere, maar het tout ensemble is niet versmadelyk. Indien de Heer Edeling minder fraai man ware, echter zou hy my zeer behagen. Is hy geen man van verstand? Kan hy des met my op dit sujet verschillen? Hy adresseert zich wel niet by my; eerbiedige liefde is ware liefde. Zyn Edele kent en houdt zyne distance; comme il faut. Wat anders kan toch de reden zyn van zyn herhaalde bezoeken; indien hy niet om my komt? Met wie kan zo een man toch een discours formeeren, dan met uwe Vriendin? Onze Huisvrouw is een goedig mensch; doch daar loopt vry wat dweepery onder haar geloof; entre nous, is het geloof iets anders? Onze Bolingbrokes, onze Tindalls, onze Voltaires, hebben ons in staat gestelt om zo te denken, als het den Philosophen betaamt; en ik twyffel niet, of de Heer Edeling heeft te véél verstand, om niet tot de onzen te behoren. Juffrouw Rien du Tout kan niet
| | | |
in aanmerking komen, als men van redelyke schepzels spreekt. Juffrouw Brunier betekent ook zeer weinig. Daar blyft des niemand over, dan het Meisje, waar van ik u, met een woord reeds in myn laatsten, iets meldde. Ik kan niet ontkennen, dat zy niet lelyk is; men moet toestaan, dat zy veel geest heeft; doch wat man als de Heer Edeling kan zyn oog laten vallen op zo een Pop; nog geen twintig jaar; en veels te woelagtig voor een man, die denkt.
Is het echter, ma chere van Kwastama, niet wat vernederent, voor une fille comme moi, dus hulde te moeten doen aan eene hartstocht, die ik dus lange, met versmading, en als beneden de edelheid myner natuur zynde, hebbe beschimpt. Ik bloos over myne zwakheid; wat helpt het my? Zedert ik den lieven man gezien heb, ben ik zo ongeschikt voor myne Studiën, als van te voren voor het Toilet.
De Essay on Men zelf kan myn aandagt niet overmeesteren: Het Algebraïsche voorstel, dat Madame Cléambure my, ter bewerking, gezonden heeft, ligt nog, zonder een a + b = c. van myne hand er by gevoegt te hebben: Enfin! de Hollandsche dreun is toch waar:
De Wysbegeerte leert ons wel
Om onze driften te betomen;
Maar als de Liefde komt in 't spel,
Is 't met de Wysheid omgekomen.
| | | |
Dit Coupletje is my in 't hoofd blyven hangen; Juffrouw Burgerhart zong het onlangs eens: anders, weet gy, lees ik nooit Hollandsch; foei! Om u te genoegen, schryf ik ook myne brieven aan u, in die ongevallige taal: anders point de Hollandais! Indien er iets intressants voor my, (dat is voor u,) voorvalt, wagt dan een tweeden Brief, van haar die is,
Ma chere Van Kwastama!
entierement la Votre,
Cornelia Hartog
|
|
|