Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart


auteur: Betje Wolff en Aagje Deken


bron: Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Cleef, Den Haag 1782  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 415]

Twee en negentigste brief.
De Heer Hendrik Edeling aan Mejuffrouw Sara Burgerhart.

Myne waardste!

Ik ben tweemaal vergeefsch aan uw huis geweest. Eens waart gy met den Heer R. naar de Comedie, en nu zeide Frits, hadt hy u en de waardige Vrouw naar de Fransche Kerk gebragt. Hoe smart my deeze te leurstelling! Ik moet, voor ettelyke dagen, om zaken van veel aangelegenheid van huis; en hoe vurig verlangde ik, om in persoon afscheid te nemen van u, die ik teder en met de grootste achting bemin; van u, die my eene my dus lange onbekende neiging hebt ingeboezemt! Ik moet vertrekken, de paarden worden reeds gezadelt. ô Mogt ik durven hopen op de gunst van haar, die my dierbaarder is dan myn leven! Indien ik niet voorzag, dat wy beide gelukkig zouden zyn, ik zou u niet lastig vallen met myne bezoeken. Maar, helaas! ik vrees, dat ik de man uwer verkiezing niet ben! - niet worden kan: evenwel, gy verëert my met uwe achting; gy noemt my uw vriend. Hemel!

[p. 416]

Wie u ook van zyne liefde moge verzekeren, en welk een brillant lot men u moge aanbieden, uw Edeling bemint u meer, dan iemand u kan beminnen. Ik ken uwe waarde, uw bevallig beeld zweeft my altoos voor den geest. Wat zal myn leven, wat zullen myne goederen zyn, zonder u, ô myne zielsbeminde? Ik zal hopen! Uw hart is immers nog vry? Zult gy my niet verachten, als ik u zeg, dat ik den Heer R. niet meer dulden kan? Maar eene liefde, als de myne, is zo teder als oprecht; en hoe kan ik het denkbeeld dragen, dat hy uwe hand vat! Maar gy kent de liefde niet.... Ik zal des niet langer non sense schryven. Groet de uitmuntende Vrouw, en geloof, dat ik met de grootste achting en hartroerentste genegenheid ben

 

Uwen

Hendrik Edeling.