Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart


auteur: Betje Wolff en Aagje Deken


bron: Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Cleef, Den Haag 1782  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 417]

Drie en negentigste brief.
De Heer Jacob Brunier aan Mejuffrouw Aletta Brunier.

Myne beste Letje!

Hoe ongevallig is het voor my, u niet te zien! en nu durf ik ook zo dikwyls niet aanlopen. Hoe gelukkig ben ik in de vriendschap van den braven Heer Edeling! myne pogingen, om hem aangenaam te zyn, doen my reeds een geheel ander plan van leven vormen. Ik schaam my nu waarlyk over mynen dus lang beuzelachtigen smaak, die my tot een Bagatelle voor de Dames, en een spot van eenvoudige manlyke deugd stelde. Ik schaam my over de wanheblykheid, waar in gy myne kamer eens gevonden hebt, over dat verkwistent air, doorstralende in het verwaarlozen myner kleêren. Ik schaam my over de slegte Prullen, die ik pleeg te lezen. Nu, ik heb die ook al weg gedaan, en lees thans werken, die de Heer Hendrik in zyne Boekenkasten met genoegen een plaats geeft.

‘Kootje, zegt de brave man, gy zyt een goedaartige Jongen; gy hebt meer verstand

[p. 418]

dan gy zelf weet; gy moet uw fortuin maken: Verzuim dan niet, uw tyd wel te besteden. Al wat ik tot uw nut of vermaak doen kan, wil ik doen. Ik geef u myne vriendschap.’ ô Myn Letje! Ik hoop, ik wensch, dat de Hemel hem hierom zegene, met die Vrouw, die hy bemint; en waar op ik eens de gekheid had van pretensie te maken.

Alle daag, als het eenigzins mooglyk is, spreek ik hem; en ik ga altoos met het eene of andre nutte denkbeeld te rug. Hy is uit de stad, of gaat ten minsten uit de stad. Gaarn zoude hy my mede genomen hebben; doch myn amt laat dit niet toe, en vigeleeren is de zaak.

Myn Compliment aan Oom en Tante, en aan Neef Jan. De Vriendin myner Zuster zal my niet altoos voor een gek houden; haar Edeling zal my ook eens hare vriendschap waardig maken. - Vaarwel, Zusje lief! - ik bemin u regt hartlyk.

 

Jacob Brunier.