Gy zyt dan niet gelukkig, en gy bemint Juffrouw Helder, en die is vry, haar hart is niet met een ander vervuld.... Lieve Willem, wees gy toch gelukkig, en alles zal wel zyn. Wist gy, waar toe uwe Lotje, door de vriendschap bezield, kan komen; wat zy voor u zoude kunnen doen! Zoude echter myne vriendschap u kunnen vertroosten van eene ongelukkige liefde? Hoe aandagtig, hoe medelydend zal ik naar u luisteren! dit zal ten minsten u eenigen troost geeven. Dit weet ik zeer zeker.
Hoe gelukkig zyn zy, die gestorven zyn! Dit leven is een staat van beproeving. Die overwint, zal zalig zyn! Waarom heb ik zo weinig lichaams kragten; is myne gezondheid zo teder; indien onze stryd op aarde lang en vermoeijend zyn moet? .. Het stille beeld des doods waart geduurig voor myne verbeelding. Dit is peinsagtige gemoederen, neer gedrukt door omstandigheden, niet onëigen. Myn geest is zo sluimerig; myne oogen zyn zo zwaar. Geheele dagen zit ik by den Bloemtuin ... Gy zyt niet gelukkig; zoude ik dan gerust, blymoedig zyn kunnen? Denk aan
Uwe Vriendin,
C.R.
Einde van het Tweede Deel.