| |
weefsel gevuld en gesloten worden, hetgeen een breed litteeken nalaat. |
| † Blz. 32, kol. b. |
Gheont, misschien: gheout, een weinig ouder geworden. Iets lager staat telmereert, l. telivereert.
Daert hout daer so delivereert, beteekent vermoedelijk: waar 't vast zit, maak het voorzichtig los. |
| † Blz. 32, kol. b. |
der boren, l. d[a]er voren. |
| † Blz. 32, kol. b. |
Die ander so es vele meerre. Bedoeld wordt van een andere afmeting, een ander nummer van het instrument. |
| † Blz. 33, kol. a. |
De beteekenis van hoven en gehovet is duister. Misschien wil de schrijver zeggen dat door het wenden in de hand het wapen niet loodrecht indringt, doch schuin, en dat dientengevolge een gedeelte van de hersenpan opgeheven wordt.
Suver si van den cantkine, wil zeggen dat onderzocht moet worden of de kanten van het stukgeslagen been glad zijn. Zijn zij ruw of scherp, dan loopt het hersenvlies gevaar van gewond te worden. |
| † Blz. 33, kol. b. |
De beteekenis van dauwaert is duister.
.3. groefhaken deen meer dan de andere wil zeggen: van verschillende afmetingen. |
| † Blz. 35, kol. a. |
Het gebruik van een tinte of sonde tot het peilen van de wond wordt ontraden, omdat die niet, zooals de vingers, van gevoelszenuwen voorzien is en men er dus minder goed mede voelen kan. |
| † Blz. 36, kol. b. |
Zoo weinig mogelijk van het hersenbekken afnemen en in 't geheel niets, als men er buiten kan. |
| † Blz. 38, kol. a. |
Yperman wil doen uitkomen dat het volumen der hersenen de phasen der maan volgt. Bij volle maan zijn de hersenen het sterkst opgezet en vullen zij dus de schedelholte geheel. Bij afnemende maan neemt ook de omvang der hersenen af, zoodat men den vinger tusschen hersenpan en hersenen kan steken. |
| † Blz. 39, kol. a. |
De arts moet kennis hebben van de astrologie. De organen, die geacht werden onder den invloed van de maan te staan, zijn: hersenen, mond, ingewanden, blaas, teeldeelen, het linker oog van den man en het rechter oog der vrouw, de lever der vrouw en de geheele linker lichaamshelft, benevens de smaak en de vrucht in de 7de maand.
Onder tekenen moet worden verstaan de teekens van den dierenriem, of ‘huizen’ zooals men placht te zeggen, welke tijdelijk, al naar gelang van den tijd des jaars, door de planeten - waarvan men destijds, behalve zon en maan, ook Jupiter, Saturnus, Mars, Venus en Mercurius kende - bewoond worden.
In het algemeen gold de invloed van de maan op den mensch als gunstig, doch hij kon, door een bepaalden stand ten opzichte van andere hemellichamen, in ongunstigen zin gewijzigd worden. De arts diende daarmede rekening te houden, wilde hij zijn therapeutische maatregelen met goeden uitslag bekroond zien (Magnus). |
| † Blz. 40, kol. a. |
Toen hij vocht met zwaard en schild, was hij evenwel goed bij zijn verstand en wist heel goed wat hij deed. |
| † Blz. 40, kol. a. |
De zin is onduidelijk, ook al leest men voor wint: wind. Misschien beteekent die wint belooptiet: een kleinigheid, zoo goed als niets. |