begin  verderprepost
[p. VIII-IX]


illustratie

[p. X]


illustratie

[p. XI]

Inleiding

I Het belang van dit reisverhaal

Tvoyage-van Mher Joos van Ghistele,1 het verslag van de reis die de Gentse edelman Joos van Ghistele van eind 1481 tot medio 1485 heeft ondernomen door de landen van het Midden-Oosten en het Middellandse-Zeegebied, heeft niet altijd een even grote belangstelling ondervonden. Dit relaas, dat niet door hemzelf noch door zijn kapelaan en reisgenoot Jan van Quisthout, maar door een zekere Ambrosius Zeebout werd teboekgesteld, is gedurende meer dan 250 jaren in bibliotheken begraven en nagenoeg vergeten geweest. In die tijdsspanne werd ook het aantal exemplaren in boek - of handschriftvorm al minder en minder.

Toch is dit verhaal in de eerste helft der 16e eeuw zeer populair geweest en hebben er toen nogal wat afschriften door de Nederlanden gecirculeerd. Deze omstandigheden althans moeten de Gentse drukker Hendrik van den Keere ertoe bewogen hebben - blijkens een desbetreffende opmerking in diens voorwoord tot de lezer - in 1557 van dit reisverslag een boekuitgave te bezorgen. Ook de herdrukken die het werk reeds in 1563 en 1572 beleefde, getuigen in niet mindere mate van de gretigheid waarmee het bij het lezend publiek van de 16e eeuw onthaald werd.

Vanaf die tijd echter taant de interesse voor dit reisavontuur sterk; het verzinkt in een bijna volstrekte vergetelheid tot 1836, het jaar waarin A. Schayes een enthousiaste beschouwing erover deed verschijnen. Na de volledige (zestiende-eeuwse) titel van het verhaal te hebben gegeven, verklaart hij: ‘L'ouvrage dont nous venons de donner le titre est, sans contredit, un des plus remarquables et des plus importants, de tous ceux de ce genre, écrits au moyen-âge. Nous avons parcouru toutes les relations de voyages de cette époque, aucune ne donne des détails aussi circonstanciés et aussi exacts que celle de Van Ghistele, sur les contrées de l'Orient que ce voyageur a visitées’.2

Deze verstrekkende woorden, aan het begin van zijn betoog als een klaroenstoot geuit, zullen tevens de toonzetting gaan vormen voor allen die na hem over Tvoyage van Mher Joos van Ghistele hebben geschreven. Immers: plaatst men aanvankelijk dit verhaal van Ambrosius Zeebout in waarde nog slechts náást de befaamde Peregrinationes in Terram Sanctam van Bernhard von Breydenbach, later wordt het er zelfs uitdrukkelijk bóven gesteld.3 En voorts: komt de dithyrambe aanvankelijk alleen uit de literair-historische hoek, later zullen ook vertegenwoordigers van de etnologie en de oriëntalistiek zich in deze lofzang laten horen.4

Het is dan ook niet verwonderlijk dat sinds 1836 al meer dan eens, impliciet of expliciet, de wens te kennen is gegeven tot een heruitgave van dit hoogst opmer-

[p. XII]

kelijke reisverhaal te komen.5 Lang, al te lang wellicht, kon echter daaraan geen gehoor worden geschonken; dat hierbij de grote omvang van het relaas een belangrijke hinderpaal heeft gevormd, ligt voor de hand.

1Deze titel is een verkorte weergave van die, welke aan de boekuitgave van 1557 voorafgaat. In het vervolg van deze inleiding en in de aantekeningen bij de tekst zal dit reisverhaal veelal nog beknopter worden aangeduid met: Tvoyage.
2A.G.B. Schayes, Notice sur un Ouvrage Flamand, rare et curieux, intitulé: Voyage van Mher Joos van Ghistele....(volgt volledige titel-weergave van de druk), Messager des sciences historiques de Belgique, Année 1836, p. 1-30. Zie voor het gering aantal uitingen van aandacht voor Tvoyage in de tussenliggende periode: A.J.J. Delen, Joos van Ghistele et son voyage en Orient en 1481-1485, Bulletin de la Société royale de géographie d'Anvers 54 (1934), p. 211; J. Wille, De literator J.M. van Goens en zijn kring, Zutphen, 1924, p. 101, n.7.
3De eerstgenoemde waardebepaling o.a. bij: J. de Saint-Genois, Josse van Ghistele (in: Les voyageurs Belges du XIIIe au XVIIe Siècle), Bruxelles s.d. [1847], p. 155-192. De latere opvatting vertolkte o.a. A. Fruytier in: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek VI, s.v. Ghistele.
4Zie resp.: F.M. Olbrechts, Vlaanderen zendt zijn zonen uit!, Antwerpen-Gent-Brussel-Leuven, 19472, p. 65-90; B. van der Walle, Une version manuscrite du célèbre voyage de Josse de Ghistelles en Orient (1481-1485), Chronique d'Égypte XIV (1939), p. 245-257.
5Zie bv. Ph. Blommaert, De Nederduitsche Schryvers van Gent, Gent, 1861, p. 9, 19, 30-39. Hij bepleitte nadrukkelijk en tot tweemaal toe een integrale heruitgave. De meest recente, impliciete aanbeveling daartoe verstrekte I. Bejczy, Boekenwijsheid en persoonlijke beleving in een laat-middeleeuws reisverhaal. Jan van Mandeville overtroffen: Tvoyage van Joos van Ghistele. Literatuur, 10 (1993), p. 146.
prepost  begin  verder