terug  begin  verderprepost

(II, 2) [De Dalmatische kust]

[D]us seilende van Venegen met redelicken winde lancx der Zee Adriana, voor bij lijdende vele diverssche plaetsen ende steden, alle ligghende over de luchte handt ten vasten lande, als Torsello, Can oorlee, Grado, Aquilea, Monfalcon10 ende vele meer andere, ende ghevaren hebbende onttrent onderhalven dach, zo quamen zij voor dlant van Ystrya dat een zeer proper landt es, uutnemende vruchtbaer van allen saken, verscheeden van Venegen hondert mijlen, ligghende metten eenen hende ende met den tween zijden ghenouch omme rijnct vander zee, in hem hebbende vele goeder havenen ende poorten om scepen, ende oec vele schoender steden, als Parensen, Triest, Fyonne, Peran ende Pola,11 ende zijn alle goede steercke steden, meest den Veneetsianen toebehoorende.12 Dit voorseyde land voor bij seylende, zo (48v) quamen zij ter stont int Colf Coernaer,13 eene schoettinghe vander zee zo ghenaemt, dat al te quaet ende fel een water es, latende ter rechter hand een deel van Italien ende Poelgen14 ende vele schoender steden daer in ligghende up den houver vander zee, als Ravena, Rijmano, Peesaro, Anconen, Ortana, Tremole, Berletta, Monopoli, Brandisso, ende vele andere, te lanc om noumen.15 Ende over de luchter zijde zo lijdtmen ooc voor bij vele steden ende heylandekins, als Galiola, Nya, Sanseego, Permynna, Sanpontello, Molata, Palloga, Ytemplij,16 ende noch vele meer andere zonder ghetal, alle ligghende onder den name van Slavonien. De voorseyde plaetsen alle voor bij leden zijnde, zonder bijder gracien Gods eeneghen weerstoot of last te hebbene van stoorme oft ongheweerte, weerdich van scrivene, dat nochtans selden pleecht te ghebuerne, zo quamen zij ter stede van Jara, de welke oec in Slavonien gheleghen es, daer de patroen wat te doene hadde, ende es verscheeden hondert milen van Parensen,17 eene zeere steercke ste-

[p. 50]



illustratie
Handschrift Brussel, Egyptologische Stichting Koningin Elisabeth, 55.473 (folio 46v.).

[p. 51]



illustratie
Handschrift Brussel, Egyptologische Stichting Koningin Elisabeth, 55.473 (folio 47r.).

[p. 52]

de wesende, bijcans omme rijnct vander zee. Over de zijde te landewaert es de steenrotse met grooten aerbeyde duer hauwen met grooten, wijden, diepen graven, up welke graven ende duer hausel staet ghemaect eenen steercken torre, die gheheel de stede van diere zijden bescudt ende defendeert; dese voorseyde stede es een bisscopdom, daer begraven leyt Sente Symon, die den ‘Nunc dimittis’ maecte als hij Onzen Heere in zijnen handen ontfinc ende besneet,18 ende inde hoeftkercke inden hoghen aultaer zo leyt dat lichaem des propheets Johels zo (49r) men seit.19 Te deser voorseyder steden pleghen de pilgerims die metten galleyen varen, eerst an land te gane als zij van Venegen scheeden, omme hemlieden te provancierne van versschen watere ende andere verssche saken.

10Cortelazzo, Cáorle, Grado, Aquileia, Monfalcone.
11Poreč (het oude Parentium), Trieste, Rycka (Fiume), Piran en Pula.
12Aquileia behoorde tot het graafschap Görz; Trieste tot het hertogdom Krain; Fiume tot het koninkrijk Hongarije.
13De Golf van Kvarner (Quarnero), ten oosten van Istrië.
14Apulië.
15Ravenna, Rimini, Pesaro, Ancona, Ortona, Termoli, Barletta, Monopoli, Brindisi. Naast deze steden, die over nagenoeg de hele oostkust van Italië verspreid liggen, noemt de boekuitgave bovendien nog: Ottranten en Galiolanen.
16Resp. Galiola (een vuurtorenrots ten noorden van Unije), Unije, Sansego, Premuda, Sanpontello, Molat (Mulat), Pag (Pago) of soms corrupt voor Pelagosa? ‘Ytemplij’ bleef onidentificeerbaar. Opmerkelijk genoeg noemt de boekuitgave hier op één uitzondering na geheel andere plaatsen, nl.: Osero, Zara, Sent Archangele, Brazen, Lesina, Meliselo, S. Andries, Corsola, Lagusta, Pelagosen, yTemply en Meladen.
17Deze in dit tekstverband wat zonderlinge aanduiding van de geografische ligging van Zadar (Parenti is immers tevoren niet genoemd) is te verklaren met behulp van Bernhard von Breydenbachs reisverhaal. Dat heeft immers, 22v: ‘(...) zara, centum miliaribus a parentino segregata’. Voor Von Breydenbach was Parenti wél een etappeplaats op zijn pelgrimstocht.
18Cf. Lucas 2:25 e.v. De relikwieën van de H. Simeon, die in de 6e eeuw in Constantinopel opdoken, werden in 1243 naar Zadar (Zara) gebracht en in de Santa Anastasia geplaatst (Lexikon für Theologie und Kirche, s.v. Simeon).
19Voor deze mededelingen over Simeon en Johel is opnieuw Von Breydenbach, 22v de bron geweest.
prepostterug  begin  verder