terug  begin  verderprepost

VI. Een leeuw door muggen getergd.

 
Oock van wat kleens, komt veel geweens.
 
De vreese sal den leeu met grooten schrick ontstellen,
 
Is 't dat hem ergens komt de minste mugge quellen.
 
Den stier die sorgeloos in 't groene gras vermeyt,
 
Wert van een kleyne slang vermoort en neergeleyt.
 
Die eerbaer wesen wilt, moet gans zijn hert bevryen
 
Van sonden alderley, en self de minste myen,
 
Want dickwils die hem heeft van grooter quaet gewacht,
 
Wert van een kleyne vleck seer schandich onderbracht.

prepostterug  begin  verder