XXVIII. Een achtervolgde en van alle kanten omringde kat.
Den noot die dwingt, tot winste bringt
.
De katte, die ghy siet, in 't midden van de palen
En slag-geweer gestelt, en laet den moet niet dalen:
Als zy voor haer nu siet den vyant en de doot,
Verdobbelt zy haer kracht en breeckt door allen noot.
Dit is des vrydoms beelt: al quaemt ghy al de landen,
Bloetdorstigen Maraen, berooven en verbranden,
Een Nederlants gemoet, een vry stantvastig man,
En wert verwonnen noyt van eenigen tyran.