[p. 101]
XLV. De gierigheid tracht Pallas met een gouden net te overspannen.
Noyt gelt en wan een deglick man
.
Siet hier het gierig vel: het hoopt te overwinnen
De wijste koningin van alle de Godinnen;
Het heeft een net in d'hant, een nette fraey gebreyt,
Met silver en met gout seer konstich toebereyt:
Maer 't is verloren moeyt, die oprecht is ontsteken
Met wijsheyt en verstant, kan licht die nette breken;
Die sich bedriegen laet door gelt of eenig prijs,
Al schijnt hy wijs te sijn, en is niet min dan wijs.