terug  begin  verderprepost

LVI. Een jongeling van ezels beenen fluiten makende.

 
Een konst-rijck man komt allom an.
 
Als ghy de fluyten siet van esels beenen maken,
 
Denckt dat de vrome konst tot alles kan geraken:
 
Geen staet en is soo hoog, geen saeck en is soo vremt,
 
Daer een konst-rijcke siel te lesten niet en klemt.
 
Siet onsen Christiaen; hoe kleyn placht hy te wesen!
 
Van niemant veel geacht, van niemant veel gepresen;
 
Nu wert hy mette konst en wetenschap voorsien,
 
Gepresen en geacht van alle groote lien.

prepostterug  begin  verder