[p. 11]
[Tien nikkers woonden in een boom]
Tien nikkers woonden in een boom.
Daar aten ze rijst en dronken ze room.
Daar zongen ze liedjes en leerden ze Frans.
Daar vroeg de een den ander ten dans.
Maar soms woei de wind zo vreeslijk hard.
Dan sloeg de nikkers de angst om het hart.
Dan kregen ze allen een bleek gezicht
En bonden de deur met een touwtje dicht.