[p. 15]
[‘Piep,’ zei de muis bij het keukenraam]
‘Piep,’ zei de muis bij het keukenraam
En at zijn kaas met een korstje eraan.
Hij knipte met zijn linkeroog
En krulde zijn staart in een ronde boog.
Toen dacht hij aan zijn oom in
Soest
En lachte tot hij hikken moest.
De poes kroop achter het vergiet
En dacht: ‘Zulke muizen lust ik niet.’