[p. 22]
[Het jagertje dat reed te paard]
Het jagertje dat reed te paard.
Het paardje liep op een draf.
En Jantje die hen voorbij zag gaan
Nam netjes zijn petje af.
Het paardje viel op zijn achterste.
Het jagertje viel op zijn kop.
En Jantje die zette heel bedroefd
Zijn petje weer netjes op.