[p. 23]
[Er lag een eiland in de zee]
Er lag een eiland in de zee.
Daar groeide een augurk.
De zee dat was de Zuiderzee.
Het eiland heette
Urk
.
Daar landde op een zomerdag
Een ui in een bruine broek.
Die bracht de augurk, die zijn tante was,
Een onverwacht bezoek.