[p. 30]
[Ach Jantje, heb je mijn hondje gezien?]
‘Ach Jantje, heb je mijn hondje gezien?
Het heeft twee zwarte oren,
Een lange staart met een pluim eraan
En een witte vlek van voren.’
‘Ja Liesje, ik heb je hondje gezien
Aan 't strand bij
Scheveningen
.
Daar stond hij met een andre hond
Een Engels lied te zingen.
Toen zongen ze daar het Zondag was
Godsdienstige gezangen.
Toen kwam de politie uit
den Haag
En nam de twee gevangen.’