[p. 31]
[‘Boe!’ zei de koe]
‘Boe!’ zei de koe,
‘Ik ben zo moe.
Ik zou best willen slapen.’
‘Bè!’ zei het schaap,
‘Ik heb zo'n slaap.
Ik hou niet op met gapen.’
‘Hier,’ zei de stier
Met veel plezier,
‘Is juist een groot hotel.’
Toen zwaaide het paard
Verheugd zijn staart
En rukte aan de bel.