[p. 33]
[Een ooievaar die jarig was]
Een ooievaar die jarig was
Die kreeg een mandolien.
Hij riep verheugd: ‘Ik heb nog nooit
Zo'n mooie boot gezien.’
Hij ging er mee uit varen
Al in een boerensloot.
Toen riep een groene kikker:
‘O jee, ik lach me dood!’
Toen riep een stekelbaarsje:
‘O jee, ik lach me ziek!
Wie heeft er ooit een ooievaar
Zien varen op muziek?’