
Bij deze wijs staat in Dr. Scheurleer's exemplaar der 4de uitgave in oud schrift de aanteekening: ‘Ick sye die morgensterre’ vermoedelijk eenvoudig als opmerking dat de maat van beide liederen gelijk is.
Dezelfde wijs, ontleend aan de Souterliedekens, in Ecclesiasticus 1565 no. 96. Twee bezwaren kan men tegen dezen tekst inbrengen: hij is laat en zijn begin be antwoordt niet aan de stemopgave. Niettemin geef ik hem om zijn taal de voorkeur boven den ouderen (1592) en passenden Duitschen tekst:
De toedracht is in beide liederen dezelfde. Dat onze tekst reeds in de 16de eeuw in Nederland bestond bewijst de inhoudsopgave van het Amst. Lb. 1589 ‘Het was een meysken vroech opgestaen blz. 79’; de bladzijden, waarop het lied stond, zijn helaas uitgescheurd. Willems (blz, 220) zegt dat Le Jeune het lied uit de ‘Lammeren vreugd’ 9de uitg. Amst. 1778 genomen heeft. Vgl. Nieuwe Amsteldamsche Buijten Zingel blz. 35 ‘daer zou een magetje vroeg opstaen’ (Euphorion IX 29).
Nog hedendaags wordt het lied (ongeveer deze tekst) op het eiland Terschelling gezongen op een melodie, die, zooals de heer J. Kunst opmerkt, de eenige is die hij in een ouden kerktoon op het eiland vond: en deze wijs komt aan het slot met de onze overeen

voor de vergelijking transponeer ik uit C naar F.
Ook in Duitschland wordt het lied nog veel gezongen: voor de litteratuur zie Marriage Forster V 18, Badische Pfalz no. 4, Köhler-Meier no. 117.