
Met zekerheid kan ik natuurlijk niet beweren dat deze tekst bij onze melodie behoort, maar aangezien èn inhoud èn maat passen en er toch slechts uiterst weinig liederen bij dezen maat passen, kan de onderstelling voor niet al te gewaagd doorgaan.
Een nauw verwante tekst bevindt zich in het Gentsch hs. van Antonius Ghyselers z.v. Duyse I 178.
Het lied bestond nog, in dezelfde dichtmaat maar in den tekst tamelijk afwijkend, op het einde der 18de eeuw: ‘Daar zou er een Jager uit jagen gaan en uit jagen zoo zoud hij gaan’ 9 str. De Amsterdamsche Kermisvreugd. Amst. S. en W. Koene z.j. De Marsdrager. Amsterdam, Joannes Kannewet 1754, blz. 52. - De Hond in de Pot, Amsterdam 1790, blz. 88. Verwante liederen nog G. Forster II 1540, Rotenbuchers Bergkreyen 1551, M. Frank 1622, vl. bl. in het British Museum 1636, Nicolais Almanach 1777, Büsching en v.d. Hagen 1795, Wunderhorn 1806 vgl. Marriage, Badische Pfalz no. 8, waar nog vele moderne lezingen zijn vermeld evenals in Köhler-Meier no. 236.