Anna van Bretagne, die in 1490 met Keizer Maximiliaan - door zijn gevolmachtigden - getrouwd was, zag zich in 1491 genoodzaakt, aangezien Maximiliaan nog steeds niet kon komen om zijne vrouw af te halen, een tweede huwelijk met Koning Karel VIII van Frankrijk te sluiten. De positie van Maximiliaan was hierdoor deste onaangenamer, daar zijn eigen dochter Margareta sedert 1482 aan het Fransche hof woonde als toekomstige Koningin, hoewel het huwelijk nog niet voltrokken was wegens minderjarigheid der bruid (geb. 1480), zie C.C. van de Graft, Middelnederl. Historieliederen. vgl. Liliencron 180 A naar een Strassburgsch vl. bl. eind XVI eeuw, de wijs van een hs. van Wolfenbüttel. Liliencron wijst hierbij op een ‘Unthat’ van Willems, als men die echter alle zou naspeuren! Uhland nr. 173 hd. naar een vl. bl. Bazel 1613 Joh. Schröter. - Anthonis Gyselers hs. Gent begin XVI eeuw zie Mone Übersicht bl. 159, - Böhme Ad. Lb. no. 378, - Erk-Böhme II 44.
Als stemopgave: - 1539 Dev. en prof. 124 en 24; 1569 Veelderh. fol. 111; 1581 Geuse Liedekens bl. 34 en 91 b (op die wijze van Keyser Maximiliaen); tweede helft der XVI eeuw omgedicht op de Keizerkeuze, ndd. hs. te Hannover zie Borchling Mndd Hss. I 229; Soetjen Gerrits 1618 no. 54.
Dit lied, evenals de ongeveer gelijk beginnende geestelijke parodie door frater Johannes Brugman († 1473), gaat terug op een veel ouder lied, dat wij laten volgen. Brugman's ‘mit vruechden wollen wij singen ende loven die Triniteyt’ vindt men o.a. in Hofken der gstl. L. 1577 p. LXXIV, Acquoy Middeleeuw. gstl. L. nr. 5, Hor. Belg. I1 113, X 214; als stemopgave 1515 Leven van S. Bernardus (W. Nijhoff, Ned. Bibliographie 1500-1540, blz. 95).