
Dit lied heeft een zeer interessante geschiedenis. Hoewel de tekst in het Ndl. eerst zoo laat is overgeleverd, bezitten wij een Fransche lezing uit de 15e eeuw:
‘Cette chanson malgré son peu de valeur a été extraordinairement populaire’: Gaston Paris wijst op citeeringen van het lied in Pantagruel (livre V), in de klucht van Calbain (omstreeks 1550), in de Comédie des Chansons (17de eeuw) en anders, ja tot op onzen tijd bestaat volgens den schrijver in de Provence de zegswijze ‘cantar la Peronelo’ = tevergeefs praten. Misschien hadden andere lezingen van het oude lied meer waarde dan deze: onze ndl. tekst gaat zeker terug op een, die een veel diepere opvatting vertoonde. De Fransche melodie toont in de eerste en derde phrase verwantschap met onze eerste en derde. Tiersot (Chanson populaire en France bl. 12) wijst nog op teksten 1538 Paragon des Chansons, Lyon, Jacques Moderne en 1600 Fleur des Chansons amoureuses, Rouen, Adrian de Launay.
Een eenigzins afwijkende interressante melodie ‘Och Roosken root’ Ecclesiastius 1565 nr. LIII. In de Boerenliedjes (na 1706) Soet roosje root nr. 27 en Pieternelle nr. 539 toonen geen verwantschap met onze melodie. Als stemopgave † Offer des Heeren 1570 (Wackernagel Ndl, Ref. 181).