
Ondanks het verschil in den tweeden regel neem ik dezen tekst aan wegens str. 6. Een verwant hd. lied Uhland nr. 109 naar een vl. bl.
Wat het passen van den tekst op de wijs betreft, de herhaling van ‘mit haer sneewitte handen’ berust op een dergelijke herhaling in het ‘Souterliedeken’; het ‘ja schanden’ wordt bevestigd door het ‘ja alleyne’ van den tekst str. 3. Als stemopgave † bij Tonis Harmanszoon (hij pagineert niet); † Amst. Lb. 1589, 124. - † Amst. Lb. 1605 bl. 40; - Coornhert 1630 (eerste uitg. 1575.) - vgl. Erk-Böhme I 438 naar Köphl's Gesangbuch 1537 en een hs. te Wolfenbüttel van 1596. Moderne nakomelingen Rijn, Zwaben, Silezie, Brandenburg, Hessen, Elzas, Limburg.
Begin en einde der melodie is verwant met nr. 14 ‘Een niewes Lied wij heven aen,’ staat echter verder af dan deze aan nr. 153 ‘Rossignolet de Bois joli’ gelijkt eerder op nr. 26 ‘Het voer een Knaepken.’