
Een der populairsten liederen uit de tweede helft der 16de eeuw. 1539 Dev. prof. †292, *174. - 1562 † een nieu liedenboeck (Wackernagel, Ndl. Ref. 88). - 1565* Ecclesiasticus nr. 15. - 1567 † den geheelen Souter (Wackernagel l.c. 24). - 1569 † Veelderh. fol. 142, 287, 294. - 1570 † Offer des Heeren (Wackernagel l.c. 181). - 1572 Een duytsch Musyckboek nr. 25 komponeert van Clemens non Papa. - 1577 † Hofken der gstl. L. CIII. - 1581 † Geuse Liedekens bl. 57. - 1589 Amst.
Lb. bl. 23 dezelfde tekst als boven op de wijze ‘De mey moet wech na 't somer’ zie beneden nr. 144. - 1598 † Album amicorum Jacobus de Moer, Koninkl. Bibl. Haag 133 H 36. - Hs. te Darmstadt nr. 1213 Kopp, ZsfdPh. XXXVII 512 en 514. - Lands* Thysius bl. 38. - 1602* Druyventros 97, melodie verwant maar sterk afwijkend. - 1607 † Gulden Harpe bll. 122, 242, 321, 601. - 1617 † Prieel der gstl. L. bl. 114. - 1618 † Soetjen Gerrits nr. 10. - 1631 met een andere melodie, Boeck d. gstl. Sanghen bl. 11. - 1635 Stalperts Gulde-Jaers Feestdagen bl. 423. - Dikwijls op het klokkespel te Brussel; hierbij worden drie verschillende wijzen genoemd, v.d. Straeten V 19.
Ik kan niet nalaten, hier het volgende aardige en weinig bekende lied met zijn levendige beelden van het oude Amsterdamsche volksleven in te lasschen. De trouwhartige afschildering van het werkelijk beleefde en gevoelde is een verfrissching te midden van zoo veel machinalen bombast.