vormen (morfologie)monografieënR.H. Baayen, 'Corpusgebaseerd onderzoek naar morfologische produktiviteit', 1990 Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning', 1983-84 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden, 1849 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve', 1958 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Een geïsoleerd voornaamwoord: Limburgs doe, dich, dijn, 1996 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten, 1988 C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden', 1939 C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands', 1947 C.B. van Haeringen, 'De taaie levenskracht van het sterke werkwoord', 1940 C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten', 1958 Frans Hinskens en Pieter Muysken, 'Formele en functionele benaderingen van dialectale variatie; de flexie van het adjectief in het dialect van Ubach over Worms', 1986 A.R. Hol, 'Het prefix in het verleden deelwoord', 1941 Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect', 1983 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden', 1915 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels, 1970 Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 2. Verklarend woordenboek op de taal van Stijn Streuvels, 1970 A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer, 1948 (9de druk) Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal', 1980-81 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 L.C. Michels, 'Woordwording van affixen', 1957 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1967 (2de druk) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)', 1933 H. Schultink, 'Produktiviteit als morfologisch fenomeen', 1961 Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I, 1985 H.A.J. van Swaaij, 'De perfectiva simplicia in het Nederlandsch', 1909 J. Taeldeman, 'Inflectional Aspects of Adjectives in the Dialects of Dutch-speaking Belgium', 1980 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 M.C. van den Toorn, 'De herkomst van het enklitisch pronomen ie, resp. die/tie', 1959 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1980 (9de druk) J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont', 1901 A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch', 1924 Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805 F. Zwarts, '-AAR, -ARIJ, -SEL en -TE +', 1975 artikelenVormen (morfologie)Werner Abraham, ‘[Nummer 3]’, ‘De discourse-functionele motivatie voor de plaatsing van voornaamwoord-clitics Werner Abraham’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) Peter Ackema, ‘Lexicale integriteit als epifenomeen Peter Ackema’ In: Tabu. Jaargang 21 (1991) Geert Adriaens, ‘Vrouwelijke beroepsnamen in evolutie Geert Adriaens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) B.P.F. Al en Geert Evert Booij, ‘De productiviteit van woordvormingsregels Enige kwantitatieve verkenningen op het gebied van de nomina actionis B.P.F. Al en G.E. Booij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J.C. Anceaux, ‘Regelmaat en produktiviteit in een Austronesische taal J.C. Anceaux’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) R.H. Baayen, ‘De graad van produktiviteit van het suffix -ing Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) R.H. Baayen, 'Corpusgebaseerd onderzoek naar morfologische produktiviteit' (1990)
R.H. Baayen, ‘Corpusgebaseerd onderzoek naar morfologische produktiviteit R.H. Baayen’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) R.H. Baayen, ‘De CELEX lexicale databank Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) R.H. Baayen, ‘Taalsystematiek, taalgebruik, semantiek en produktiviteit Harald Baayen Naar aanleiding van A. van Santen: Produktiviteit in taal en taalgebruik. Een studie op het gebied van de Nederlandse voordvorming. Proefschrift Leiden, 1992. 253 p.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) R.H. Baayen, ‘Het type ontzadelen: denominaal of deverbaal? Harald Baayen’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) Kees-Jan Backhuys, ‘[Nummer 1]’, ‘1. Nominalisaties en de Right-hand Head Rule’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) Kees-Jan Backhuys, Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Vlamers en Belgiërs De status van de adjectivische suffixen -en, -s, en -isch Kees-Jan Backhuys, Mieke Trommelen en Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Mark Baeyens, C.F.P. Stutterheim en Ad Zuiderent, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Peter Bakema, ‘Peter Bakema Het onvoltooid verleden verkleinwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Hedendaags Fetisjisme Een nieuwe weg voor de taalwetenschap Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Vorm en betekenis in de taalkundige grondslagendiscussie Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) Erhard Barth, ‘Zur Theorie der Struktur des Namens.’ In: Naamkunde. Jaargang 1 (1969) Wilfried Beele, ‘Middelieperse persoonsnamen en de lexicografie van het Middelnederlands’ In: Naamkunde. Jaargang 7 (1975) Wilfried Beele, ‘Bruggestraat contra Brugse straat in West-Vlaanderen’ In: Naamkunde. Jaargang 10 (1978) Wilfried Beele, ‘De familienaam Itsweire’ In: Naamkunde. Jaargang 13 (1981) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Hans Bennis, ‘Morfologie bestaat niet? Over de verhouding tussen zinsbouw en woordvorming Hans Bennis’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) B. van den Berg, ‘Bijdrage tot de geschiedenis der spelling in Holland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Willem Bisschop, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Peter I. Blok, ‘Komparatief, komparatiever, komparatiefst Peter I. Blok & Jaap Hoepelman’ In: Tabu. Jaargang 24 (1994) Alied Blom, ‘Om voor de infinitief in Eline Vere: een weloverwogen keuze Alied Blom’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) Alied Blom, ‘Het ondoorgrondelijk bijvoeglijk naamwoord Alied Blom’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Gerrit Bloothooft, Doreen Gerritzen, Frans van Poppel en Jan Verduin, ‘[Nummer 1-2]’, ‘Voornamen in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden (1820-1940)’ In: Naamkunde. Jaargang 30 (1998) G.J. Boekenoogen en M. Schönfeld, ‘Walewijn en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘De uitgang ig afgekapt’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, ‘Kindsheid of kindschheid?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Geert Evert Booij, ‘Kanttekeningen bij ‘Kanttekeningen bij een assimilatieregel’’ In: Tabu. Jaargang 5 (1974-1975) Geert Evert Booij, ‘Generatieve morfologie en grenssymbolen G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) Geert Evert Booij, ‘Discussie en reactie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Geert Evert Booij, ‘[Nummer 4]’, ‘De morfologische en fonologische structuur van gelede woorden.’ In: Tabu. Jaargang 9 (1978-1979) Geert Evert Booij, ‘Lexicale Fonologie en de organisatie van de morfologische component G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning' (1983-84)
Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie én nevenschikking in gelede woorden G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Geert Evert Booij, ‘Extrasyllabische consonanten in de morfologie van het Nederlands G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Geert Evert Booij, M.K. van Dort-Slijper, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Geert Evert Booij, ‘Polysemie en polyfunctionaliteit bij denominale woordvorming Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Geert Evert Booij, ‘Complexe werkwoorden en de niveauordeningshypothese Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) Geert Evert Booij, ‘Congruentie in Nederlandse NP's Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie (1986)
Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) J.H. van den Bosch, ‘Samenstellingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Nêmhart = Jan Grijp.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Spkokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Over samenstelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.C. Bouman, ‘Het Nederlandse voorvoegsel ka-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten Kossmann Over sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Hugo Brandt Corstius, ‘Beer gaat door zuur naar zoet. Eenlettergrepige woorden in het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) Hugo Brandt Corstius, ‘Taal & cultuur’, ‘Van ‘bad’ tot ‘zus’. Eenlettergrepige woorden in het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) Cor van Bree, ‘De meervoudsvorming bij de Twentse substantieven vroeger en nu C. van Bree’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden (1849)
Willem Gerard Brill, ‘Over de begrippen en voorstellingen, die ten grondslag liggen aan de woorden, welke volk, wereld, mensch beteekenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Hoe in onze taal vergoed is, wat door het afslijten der naamvals-uitgangen was verloren.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over faktitieve werkwoorden en uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘De uitgang ig afgekapt.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘De ware aard van het bijvoegelijk naamwoord behept (behebt).’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.H. Brouwer, ‘Overgang fs>chs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) H. Buitenhuis, ‘Patroniemen op -sen in Nederland’ In: Naamkunde. Jaargang 11 (1979) H. Buitenhuis, ‘Familienamen afgeleid van het woord boomgaard’ In: Naamkunde. Jaargang 13 (1981) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. B. Over naamvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. B. Over naamvallen. (Vervolg van blz. 71.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer. I. Pronominaal-vormen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
Johan de Caluwe, ‘Konkurrentie tussen werkwoordstam en nomen actionis op -ing in determinanspositie in samenstellingen Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Johan de Caluwe, ‘Deverbaal -er als polyseem suffix Johan de Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Johan de Caluwe, ‘Open versus gesloten semantiek van woordvormingsregels Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Johan de Caluwe, ‘Categoriale polysemie en familiegelijkenis Deverbaal -er revisited Johan De Caluwe’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) A. Carnoy, ‘Plaatsnamen met -ingem en -egem uit gewone naamwoorden afgeleid Door Prof. Dr. A. Carnoy Bestuurder van de Koninkl. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1940 (1940) Julien Claerhout, ‘Eene Sandhiverandering.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Frans Claes, ‘Familienamen afgeleid van toponiemen uit de streek van Diest’ In: Naamkunde. Jaargang 15 (1983) Frans Claes, ‘Toponiemen met gene in de streek van Diest’ In: Naamkunde. Jaargang 15 (1983) Frans Claes, ‘Herkomstnamen en immigratie in Diest tot 1400’ In: Naamkunde. Jaargang 30 (1998) Frans Claes, ‘Enige beroepsnamen en bijnamen in Diest voor 1400’ In: Naamkunde. Jaargang 31 (1999) Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve' (1958)
Antonie Cohen, ‘Morfologie op heterdaad betrapt A. Cohen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) C.J. Conradie, ‘Nederlandse partikels en Afrikaanse beleefdheid Jac Conradie (Johannesburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995) Leonie Cornips en Aafke Hulk, ‘Toch nog zicht op zich in het algemeen Nederlands Leonie Cornips en Aafke Hulk’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) P.J. Cosijn, ‘Over den meervoudsuitgang -iën, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘Pluksel door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) P.J. Cosijn, ‘Iets over de verbuiging van het Dietsche adjectief.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘De instrumentalis singularis op mi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Frans Debrabandere, ‘Kritische aantekeningen bij Brugse straatnamen’ In: Naamkunde. Jaargang 10 (1978) Frans Debrabandere, ‘De familienaam Laridon’ In: Naamkunde. Jaargang 12 (1980) J. Devleeschouwer, ‘Het ontstaan der Nederlands-Franse taalgrens (I).’ In: Naamkunde. Jaargang 13 (1981) J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Te allen tijde.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
S.C. Dik, ‘Over de behandeling van niet-produktieve regelmatigheden Simon C. Dik’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) M.K. van Dort-Slijper, ‘Wat is een drieduimer? De relatie tussen samenstellende afleidingen op -er of -s en hun corresponderende drieledige samenstellingen. Marjolein van Dort-Slijper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) A.M. Duinhoven, ‘Naamvallen A.M. Duinhoven’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Samentrekking zonder deletie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 116 (2000) Luc van Durme, ‘De namen op -(i)ācum in het noorden van de Romeinse provincie Gallia Belgica. Kronologische, etnolinguïstische en andere aspekten’ In: Naamkunde. Jaargang 27 (1995) Luc van Durme, ‘Aard en donk: naar aanleiding van W. Van Osta's Toponymie van Brasschaat’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) Prudens van Duyse, ‘Tweede hoofdstuk. Taal en Prosodie.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 1 (1900) R.A. Ebeling, ‘Noordwestduits -lage in Noord- en Oostnederlandse familienamen’ In: Naamkunde. Jaargang 16 (1984) R.A. Ebeling, ‘Opmerkingen over het element -houwer in nederlandse familienamen’ In: Naamkunde. Jaargang 20 (1988) F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) J.H. Eichman, ‘Over den uitgang ing.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Theodore B. Fernald en Donna Jo Napoli, ‘Hand en mond, tong en nagel: een vergelijking van de morfologische mogelijkheden van ASL en gesproken talen Theodore B. Fernald en Donna Jo Napoli’ In: Tabu. Jaargang 26 (1996) William H. Fletcher, ‘Didaktische richtlijnen voor het gebruik van de achterzetsels prof.dr. W.H. Fletcher’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Johannes Franck, ‘Zur Mnl. conjugation.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (1943) J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Jacqueline Frijn, Alice de Haan en G.J. de Haan, ‘Syllabestructuur en werkwoordsverwerving Ger de Haan, Jacqueline Frijn, en Alice de Haan’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eenige ten opzichte van Genus of Flectie onzekere Gotische woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Harry Gaylord, Ferdinand de Haan en Harry Overdijk, ‘Het splitsingsprogramma van Avtoslov Ferdinand de Haan, Harry Gaylord en Harry Overdijk’ In: Tabu. Jaargang 20 (1990) Dirk Geeraerts en Fons Moerdijk, ‘Toetsing van een modeltheoretisch geïnterpreteerde morfologie D. Geeraerts en A. Moerdijk’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Glenn Geeraerts, ‘Volkse naamgeving in Averbode en Okselaar (I)’ In: Naamkunde. Jaargang 34 (2002) Dirk Geeraerts, Dirk Speelman en José Tummers, ‘Adjectivische buigingsalternantie bij neutra: een diachrone terreinverkenning Jose Tummers, Dirk Speelman, Dirk Geeraerts’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde. Jaargang 2007 (2007) Lia van Gemert, Tom Hage, Jack Hoeksema, Annelies de Jeu, Rob de Jong, Thom Mertens en Dieuwke E. van der Poel, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Pieter Marius Nicolaas Jan Génard, ‘Iets over de oude Naamvalsbuigingen der Nederlandsche eigennamen, door den heer P. Génard, werkend lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890) Pieter Marius Nicolaas Jan Génard, ‘Over de vorming van eenige Vlaamsche eigennamen.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1896 (1896) Doreen Gerritzen, ‘Seksespecifieke kenmerken van voornaamgeving’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) Karel Ferdinand Gildemacher, ‘Intern lokaliserende preposities in Oudfriese oorkonden Karel Gildemacher’ In: Naamkunde. Jaargang 35 (2003-2004) H. Gilijamse, ‘Affixen zijn alle + Hans Gilijamse’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De geschiedenis der drie geslachten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De grondwet van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De reeksen en cirkelgangen in het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘De organieke wetten van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘Kleine woorden wortelen diep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘Het onbepaald lidwoord en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Fransiska Goeminne, ‘Insectnamen in toponiemen’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, ‘[Nummer 3-4]’, ‘Naar een Nederlandse familienaamgeografie’ In: Naamkunde. Jaargang 10 (1978) J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten (1988)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, ‘[Nummer 1-2]’, ‘Motiefgeografie van Nederlandse familienamen’ In: Naamkunde. Jaargang 27 (1995) J. Goossens, Een geïsoleerd voornaamwoord: Limburgs doe, dich, dijn (1996)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Casper de Groot, ‘De typologie van persoonsmarkering op pre- en postposities Casper de Groot’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) Maurits Gysseling, ‘[Nummer 1-2]’, ‘Enkele Belgische leenwoorden in de toponymie’ In: Naamkunde. Jaargang 7 (1975) Maurits Gysseling, ‘[Nummer 1-2]’, ‘Inleiding tot de toponymie, vooral van Oost-Vlaanderen’ In: Naamkunde. Jaargang 10 (1978) Maurits Gysseling, ‘Composita’ In: Naamkunde. Jaargang 13 (1981) Maurits Gysseling, ‘Voornaamste bestanddelen van Zuidnederlandse plaatsnamen’ In: Naamkunde. Jaargang 13 (1981) Maurits Gysseling, ‘Noordwesteuropese persoonsnaambestanddelen’ In: Naamkunde. Jaargang 14 (1982) Maurits Gysseling, ‘Godennamen, vooral in Noord-Gallië’ In: Naamkunde. Jaargang 14 (1982) D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Rienk de Haan en Jack Hoeksema, ‘Morfologische problemen bij de lexicale uitbreiding van het Fries Rienk de Haan & Jarich Hoekstra’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Opmerkingen bij de apocope van -e. (Vervolg van blz. 250).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, ‘Opmerkingen bij de apocope van -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden' (1939)
C.B. van Haeringen, 'De taaie levenskracht van het sterke werkwoord' (1940)
C.B. van Haeringen, ‘Afleidingen en samenstellingen van doen, gaan, slaan, staan en zien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands' (1947)
C.B. van Haeringen, ‘Ingekorte samenstellingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Twelve Word Studies’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Franciscaner, Benedictijner, Karmelieter.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten' (1958)
C.B. van Haeringen, ‘Geontmythologiseerd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Camiel Hamans, ‘De overeenkomst tussen literama en actreutel Zabrocki's diacrise als oplossing van enige klassieke morfologische problemen Camiel Hamans’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Camiel Hamans, ‘Van epicentrum tot episch centrum: Enige notities over distinctieve morfologie Camiel Hamans’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij ‘Het prefix in het verleden deelwoord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingen door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over stok, steen en steke, als eerste lid van een samengesteld adjectief. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hilic, huwelijk enz., vechtelic, feestelic.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de factoren, die in het beschaafde Nederlandsch de oude grammaticale onderscheiding tusschen masc. en vrouw. substantieven onmogelijk hebben gemaakt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) C.H. den Hertog, ‘[De leer der woordsoorten]’, ‘Het woord in het algemeen.’ In: Nederlandsche spraakkunst (1892-1896) D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst. ’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) Priscilla Heynderickx, ‘Relationeel adjectief-substantief-combinaties en concurrerende constructietypes Priscilla Heynderickx’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Priscilla Heynderickx en J. van Marle, ‘Over het hybride karakter van -isch: Op de grens van inheems en uitheems Priscilla Heynderickx en Jaap van Marle’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Frans Hinskens en Pieter Muysken, 'Formele en functionele benaderingen van dialectale variatie; de flexie van het adjectief in het dialect van Ubach over Worms' (1986)
Marcel Hoebeke, ‘Het systeem der augmentatieven bij mannelijke persoonsnamen in een Zuidoostvlaams dialekt.’ In: Naamkunde. Jaargang 1 (1969) Marcel Hoebeke, ‘Het toponiem Haverie, Averie’ In: Naamkunde. Jaargang 16 (1984) Jack Hoeksema, ‘Toekenning van syllabestrukturen.’ In: Tabu. Jaargang 9 (1978-1979) Jack Hoeksema, ‘Superlatieven Jack Hoeksema’ In: Tabu. Jaargang 13 (1983) Jack Hoeksema en R.M. van Zonneveld, ‘Een autosegmentele theorie van het Nederlandse woordaccent Jack Hoeksema & Ron van Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Jack Hoeksema, ‘Wortels, stammen en de sjwa. Jack Hoeksema’ In: Tabu. Jaargang 15 (1985) Jack Hoeksema, ‘Boekbespreking:’ In: Tabu. Jaargang 35 (2006) Eric Hoekstra, ‘Functionele hoofden in derivationele morfologie Eric Hoekstra’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) Eric Hoekstra, ‘Mannelijke persoonsnamen op -se(n) en het oprukken van het ABN Eric Hoekstra’ In: Tabu. Jaargang 27 (1997) Eric Hoekstra, ‘De gebiedende wijs en de 2e persoon meervoud van ‘zijn’ Eric Hoekstra’ In: Tabu. Jaargang 28 (1998) Eric Hoekstra, ‘De drie stamgebieden en de gebiedende wijs meervoud van ‘zijn’ Eric Hoekstra’ In: Tabu. Jaargang 28 (1998) B.J. Hoff, ‘De Caraïbische causatief als produktief en iteratief procédé B.J. Hoff’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) A.R. Hol, 'Het prefix in het verleden deelwoord' (1941)
Wim Honselaar, ‘Gesplitste en niet-gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden Wim Honselaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Wim Honselaar, ‘Een grammaticaal woordenboek van het Nederlands Analyse en classificatie van het meervoud van Nederlandse substantiva Wim Honselaar’ In: Voortgang. Jaargang 23 (2005) J.M. Hoogvliet, ‘Regels (naar de beteekenis) voor het deel- of dingsoortig (zoogenaamd ‘onzijdig’) ‘geslacht’ in de Nederlandsche taal. (verkorte weergeving)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Cor Hoppenbrouwers, ‘[Nummer 3]’, ‘Het meervoud in het Nederlands’ In: Tabu. Jaargang 7 (1976-1977) Cor Hoppenbrouwers, ‘Het verkleinwoord in het Westerhovens Cor Hoppenbrouwers’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) Cor Hoppenbrouwers, ‘[Nummer 1]’, ‘Het genus in een Brabants regiolect Cor Hoppenbrouwers’ In: Tabu. Jaargang 13 (1983) Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect' (1983)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) J.M. van der Horst, ‘Splitsen of niet-splitsen van voornaamwoordelijke bijwoorden J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, ‘Ambisyllabiciteit en de structuur van Nederlandse lettergrepen Harry van der Hulst’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Helga Humbert, ‘[Nummer 4]’, ‘-R- in limbo: een representationele verklaring voor het gedrag van -r- in het Gronings Helga Humbert’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) Matthias Hüning, ‘De concurrentie tussen deverbale nomina met ge- en op -erij Matthias Hüning’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Matthias Hüning en Ariane van Santen, ‘Produktiviteit en populariteit Matthias Hüning & Ariane van Santen’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) Jozef Jacobs, ‘Over de regeering der voorzetsels in mnl. teksten Door J. Jacobs, Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1922 (1922) Jozef Jacobs, ‘Over de Regeering der Voorzetsels in de Mnl. teksten door den Heer J. Jacobs, werkend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1924 (1924) Jozef Jacobs, ‘De Regeering der Voorzetsels in de Mnl. dialecten door den Heer J. Jacobs, werkend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1925 (1925) Arie de Jager, ‘Iets over den uitgang ig.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Bijzonderheden aangaande het woord ligchaam, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
W.A.F. Janssen, ‘De naamvals-n in het zuiden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) Theo A.J.M. Janssen, ‘Acht, zes of twee tempora? Theo A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Theo A.J.M. Janssen, ‘Grammaticale theorie: conventionaliteit en vorm-betekeniseenheid van taalelementen Theo A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) Dany Jaspers en Guido J. Vanden Wyngaerd, ‘Een gat in partikelwerkwoorden Dany Jaspers en Guido Vanden Wyngaerd’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) Johan Joos, ‘Onze onomatopeeën Door Kan. Am. Joos, Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1921 (1921) Amaat Honoraat Joos, ‘Er of meer? St of meest? Lezing door Kan. Am. Joos, werkend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1924 (1924) J.P.B. Josselin de Jong, ‘De oorsprong van het grammatisch geslacht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Brigitte Kampers-Manhe, ‘De superlatief-constructie in het Frans Brigitte Kampers-Manhe’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) P. Kempeneers, ‘Hydronymie van het Dijle- en Netebekken’ In: Naamkunde. Jaargang 15 (1983) H. Kern, ‘Over den oorsprong van het achtervoegsel aard.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘De partikel ar in 't Oudhoogduitsch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Verkleinwoorden op sa, sia.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘De verbuiging van man in 't Gotisch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Over eenige vormen van 't werkwoord zijn in 't Germaansch. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Ast, eest, ozd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Verwanten van Mndl. verweent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Deutscher, sprachatlas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A. Kluijver, ‘Over modaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Nienke Knevel, ‘Hoge vocalen en het diminutiefsuffix in het Nederlands Nienke Knevel en Dicky Gilbers’ In: Tabu. Jaargang 34 (2005) Geert Koefoed en J. van Marle, ‘Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal J. van Marle en G.A.T. Koefoed’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal' (1980-81)
Geert Koefoed, ‘Morfologie en pragmatiek: Produktiviteit en de act van benoeming Geert Koefoed’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) K. Koffeman, ‘De vervoeging in het Urksch door K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
R.A. Kollewijn, ‘De geslachten der zelfstandige naamwoorden in het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Zwakke genitief van eigennamen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Gij als zelfst. nw.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Naar zijn(e) pijpen dansen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Zijn de scheepsnamen vrouwelijk?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) R.A. Kollewijn, ‘Woordorde en buigingsuitgangen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) R.A. Kollewijn, ‘Het geslacht der zelfstandige naamwoorden in het Nederlands.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) R.A. Kollewijn, ‘Onze voornaamwoorden. Een hoofdstuk uit de grammatica van de Nederlandse spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) J.G. Kooij, ‘Schwa-invoeging in het Nederlands: Fonologie of morfologie? J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) J.G. Kooij, ‘Analogie, fonologie en morfologie J.G, Kooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J.G. Kooij, ‘Klemtoon en de fonologische cyclus J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) J.G. Kooij, ‘Over morfologie en niet-bestaande woorden J.G. Kooij’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) Aaldrik Koops, ‘Gebruiksgevallen van de ‘onvoltooid tegenwoordige tijd’ Aaldrik Koops’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) A. de Korne en T. Rinkel, ‘5. Vormleer’ In: Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987) C. Kostelijk, ‘Het suffix -heid in het Noordhollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden' (1915)
Etsko Kruisinga, ‘De vorm van de verkleinwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Etsko Kruisinga, ‘II. Onze woorden: B. Samenstelling.’ In: Het Nederlands van nu (1938) Etsko Kruisinga, ‘III. Onze woorden: C. Afleiding.’ In: Het Nederlands van nu (1938) C. Kruyskamp, ‘Mijns hertsen gront’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Wim Kuipers, ‘Is tat tan niet choet so?’ In: Letterbak. Taalkwesties & Limburgs dialect (1988) Jan ter Laak, ‘Het Drentse toponiem Vries Jan ter Laak’ In: Naamkunde. Jaargang 35 (2003-2004) Josien Lalleman en Ariane van Santen, ‘Gaat zwak anders dan sterk? Over de produktie van Nederlandse regelmatige en onregelmatige verleden-tijdsvormen Ariane van Santen & Josine Lalleman’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) W. van Langendonck, ‘De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt Deel II De sociolinguïstische komponent’ In: Naamkunde. Jaargang 10 (1978) W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten (1978)
W. van Langendonck, ‘-ER als akkusatief en -LING als ergatief suffix in een Zuidbrabants dialekt Willy Van Langendonck’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 2. Verklarend woordenboek op de taal van Stijn Streuvels (1970)
S.J. Lenselink en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) J.H. van Lessen, ‘Over possessieve samenstellingen met af-, on-, ge-, en aan- en daarvan gèvormde substantiva.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (IV)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) W.U.S. van Lessen Kloeke, ‘Syncretisme in het flexieparadigma van het Duitse werkwoord W.U.S. van Lessen Kloeke’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) W.A. Ligtendag, ‘Vroegmiddeleeuwse toponiemen in de goederenadministraties van Fulda en Werden te lokaliseren in Groningen’ In: Naamkunde. Jaargang 30 (1998) Jan Lindemans, ‘Het praefix ver in familienamen Door Jan Lindemans Werkend Lid van de Kon. Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1940 (1940) Jan Lindemans, ‘De diminutiefvormen van onl. *magid in de Zuid-Brabantse dialecten Door Jan Lindemans Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1954 (1954) A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer (1948)
A. van Loey, ‘Over de verhouding van Mnl. or: ar of er vóór consonant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) A. van Loey, ‘Mnl. Beniden Door Prof. Dr A. Van Loey Werkend Lid der Kon. Vlaamsche Academie voor Taai- en Letterkunde’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1950 (1950) A. van Loey, ‘Mnl. zwakke vormen in de sterke werkwoorden van de derde klasse (type: binden) Door Prof. Dr A. Van Loey Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1952 (1952) A. van Loey, ‘Sterke participia perfecti en andere verbale vormen op -e. Door Prof. Dr. A. van Loey. Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1954 (1954) Jozef van Loon, ‘Sociale verschillen als oorzaak van taalverandering: de voornamenmorfologie van het Essens’ In: Naamkunde. Jaargang 7 (1975) Jozef van Loon, ‘Leerwijk en Steenborgerweert Noormannen en Leidenaars in de wordingsgeschiedenis van het Noordantwerpse Waterland’ In: Naamkunde. Jaargang 9 (1977) Jozef van Loon, ‘[Nummer 3-4]’, ‘Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen’ In: Naamkunde. Jaargang 12 (1980) Jozef van Loon, ‘De betekenis van toponymische samenstellingen’ In: Naamkunde. Jaargang 13 (1981) Jakob van Loon, ‘Zwakke, sterke en pronominale adjectiefflexie in het Oudnederlands’ In: Naamkunde. Jaargang 20 (1988) Jozef van Loon, ‘Het toponiem Watten (Dép. du Nord)’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) Jozef van Loon, ‘Naschrift: de namen Berendrecht en Ossendrecht’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) zuster Maria Jozefa, ‘Betekenis als factor bij produktiviteitsverandering (Iets over de deverbale categorieën op -lijk en -baar) J. Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) J. van Marle, ‘Over de dynamiek van morfologische categorieën J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J. van Marle, ‘Woordvorming, louter een kwestie van optellen? J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) J. van Marle, ‘Nogmaals overkarakterisering J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) J. van Marle, ‘Accentuering als evidentie voor Affix-Substitutie (Enkele opmerkingen n.a.v. de accentuering van formaties op - (e)ling) J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) J. van Marle, ‘Over enkele aan het Humboldtiaans principe tegengestelde krachten J. van Marle’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) J. van Marle, ‘Een mythe over het -s meervoud J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) J. van Marle, ‘De eur/euse/trice-trits J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) Clem Marynissen, ‘Onl. -cin, mnl. -sin’ In: Naamkunde. Jaargang 6 (1974) Ann Marynissen, ‘Morfosyntactische aspecten van de Belgische familienamen op basis van het ‘Belgisch repertorium van familienamen’’ In: Naamkunde. Jaargang 23 (1991) Ann Marynissen, ‘Limburgse familienamengeografie’ In: Naamkunde. Jaargang 26 (1994) Ann Marynissen, ‘Ann Marynissen Van -(t)ke naar -(t)je De oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen (1998)
Ann Marynissen, ‘Tussen Brussel en Amsterdam: familienamen en migratie binnen het Nederlandse taalgebied Ann Marynissen’ In: Naamkunde. Jaargang 34 (2002) G. van der Meer, ‘Friese afleidingen op -heid en -ens (Een geval van morfologische rivaliteit?) Geart Van Der Meer’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) G. van der Meer, ‘De infinitivus pro participio: een nieuwe verklaring Geart van der Meer’ In: Tabu. Jaargang 20 (1990) Pieter de Meijer, ‘Propp, paradigma en nationale receptie Pieter de Meijer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Clara Meijer-Wichmann, ‘Corpustaalkunde Jan Aarts, Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Willem Meijs, ‘Grensgevallen Willem Meijs’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect (1994)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) W.J. Meys, ‘Booij over Nederlandse morfologie Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) W.J. Meys, ‘Synthetische composita: voer voor morfologen Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) L.C. Michels, ‘Zo met geëlideerde klinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) L.C. Michels, 'Woordwording van affixen' (1957)
H.T.J. Miedema, ‘[Nummer 3-4]’, ‘Typen van terpnamen vooral in de oude kern van Westergo’ In: Naamkunde. Jaargang 7 (1975) H.T.J. Miedema, ‘De oudfriese persoonsnamen Liola en Siola’ In: Naamkunde. Jaargang 12 (1980) H.T.J. Miedema, ‘De naam van de gemeente Het Bildt (of Bil) in Friesland’ In: Naamkunde. Jaargang 12 (1980) Jozef van Mierlo, ‘Tegen regel 8 en 5 van het voorstel-Marchant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Kleinigheden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) Quirinus Ignatius Maria Mok, ‘Produktiviteit en analogie Q.I.M. Mok’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J. Molemans, ‘Adjektivische -er- afleidingen bij toponiemen’ In: Naamkunde. Jaargang 5 (1973) J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Brandenetje, brandemoris enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Katerbrande (quaterbrande).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J. Naarding, ‘Woorden met sj- en tj-’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) G.A. Nauta, ‘Iets over eigennamen die appellatieven geworden zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) G.A. Nauta, ‘Iets over eigennamen die appellatieven geworden zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Anneke Neijt, ‘Automatisch vertalen in Nederland Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Jan Noordegraaf, ‘Honderd jaar ‘exocentrisch’? Uit de geschiedenis van een term J. Noordegraaf’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (2004) Muriel Norde, ‘Van suffix tot telwoord tot bijwoord: Degrammaticalisering en (re)grammaticalisering van tig Muriel Norde’ In: Tabu. Jaargang 35 (2006) Albert Oosterhof, ‘Beschrijving en representatie van genericiteit Deel 2: morfosyntactische aspecten Albert Oosterhof’ In: Tabu. Jaargang 35 (2006) Ward van Osta, ‘Von dem Irren im Kritisieren. Een repliek op Klaas Willems’ In: Naamkunde. Jaargang 27 (1995) Ward van Osta en A. Quak, ‘Germ. *būra-, *būrja- en... Zepperen’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) Ward van Osta, ‘Drecht en drecht-namen’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.S. Overdiep, ‘Vorm, beteekenis en functie van woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.S. Overdiep, ‘Over den ‘tik’ om de ooren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘De tweede-persoonsvorm’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘De middelnederlandsche imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘De vorm van den imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Bijzondere partikels in het Katwijksch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) J.L. Pauwels, ‘Woorden op -atie en -ering in het Nederlands door J.L. Pauwels Lid van de Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1964 (1964) J.L. Pauwels, ‘Secretarie / secretariaat en andere woorden op -aat door J.L. Pauwels, lid van de Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1964 (1964) P. Peters, ‘De geslachtsvormen van het adjectief in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) P. Peters, ‘[Nummer 7]’, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) P. Peters, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) P. Peters, ‘Het zelfstandig gebruikte adjectief en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) P. Peters, ‘De verbuiging van het vragend voornaamwoord en de persoonsnamen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910) Marlies Philippa, ‘Marlies Philippa De meervoudsvorming op -s in het Nederlands vóór 1300’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg De Mnl. ghe-loze participia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Kris van de Poel en Lieve van de Walle, ‘Nederlandse partikels en andere kleine woorden in het kader van beleefdheidsstrategieën K. Van de Poel en L. Van de Walle (Antwerpen)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995) Gertjan Postma, ‘Jij kan en hij heb - over structuurbehoud van analogische taalveranderingen Gertjan Postma’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) Stanislaw Predota, ‘De zestigste verjaardag van Prof. Dr. Habil Norbert Morciniec Neerlandistiek in Wroclaw door Stanislaw Predota’ In: Neerlandia. Jaargang 97 (1993) Paul Procee, ‘[Nummer 1]’, ‘Morfologische grenzen en syllabificatie Paul Procee’ In: Tabu. Jaargang 11 (1980-1981) Anton Reichling, ‘Het handelingskarakter van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1967)
Siemon Reker en N.F. Streekstra, ‘Ambisyllabiciteit en d-insertie Siemon Reker Nanne Streekstra’ In: Tabu. Jaargang 14 (1983-1984) Johan Renders, ‘Opmerkingen omtrent Noord-Brabantsche verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Rob Rentenaar, ‘Van humanistennaam tot humanistische familienaam Ontstaan en ontwikkeling van een bijzonder type familienaam Rob Rentenaar’ In: Naamkunde. Jaargang 35 (2003-2004) E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk III Woordleer’, ‘Het woord’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) K. Roelandts, ‘[Nummer 1-2]’, ‘Vertrouwelijke naamgeving’ In: Naamkunde. Jaargang 11 (1979) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Defleksie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Gerlach Royen, ‘Vorm en funktie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Gerlach Royen, ‘De kerfstok van de term ‘geslacht’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Gerlach Royen, ‘Haar-kultuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Gerlach Royen, ‘Dergelijke en konsorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Gerlach Royen, ‘Emphasis zonder -n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Gerlach Royen, ‘De ongelukkige trits.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Gerlach Royen, ‘Verstening en verwering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘Het preteritumsuffix bij zwakke werkwoorden in Frans-Vlaanderen door H. Ryckeboer’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘Dialectologische aspecten’, ‘Zoe, pers. vnw. 3e pers. vrouwel. enk., een uitstervend relikt’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘De meervoudsvorm op -s in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Dominiek Sandra, ‘Problemen met morfemen: voor- en nadelen van de representatie van interne woordstructuur in het mentaal lexicon Dominiek Sandra’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Ariane van Santen en J.W. de Vries, ‘Vrouwelijke persoonsnamen op -ster Ariane van Santen en J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Ariane van Santen, ‘Semantische factoren bij de vorming van denominale persoonsnamen op -er Ariane van Santen’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) A. Sassen, ‘Over helpers, damsters en woldjers e.a.’ In: Tabu. Jaargang 2 (1971-1972) A. Sassen, ‘Spierinkjes Taalgebruik en taakbeschrijving’ In: Tabu. Jaargang 4 (1973-1974) A. Sassen, ‘Tijd en tempus’ In: Tabu. Jaargang 8 (1977-1978) A. Sassen, ‘[Nummer 3]’, ‘Het suffix -se: een geval van morfologische herstructurering (metanalyse)’ In: Tabu. Jaargang 9 (1978-1979) A. Sassen, ‘Morfeem- en syllabegrens’ In: Tabu. Jaargang 9 (1978-1979) A. Sassen, ‘Morfologische produktiviteit in het licht van nietadditieve woordafleiding A. Sassen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) A. Sassen, ‘Variatie en verandering door analogie in de vervoeging van het werkwoord A. Sassen’ In: Tabu. Jaargang 12 (1982) A. Sassen, ‘Paradigmatische morfologie Bespreking van: J. van Marle. On the paradigmatic dimension of morphological creativity. Publications in language sciences (no. 18), Foris Publications, Dordrecht etc. 1985. XI + 328 pp, ƒ 42, -. A. Sassen’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) A. Sassen, ‘Spiering De samengesteldheid van het perfectum’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) A. Sassen, ‘Transitiviteit als grammaticale eigenschap A. Sassen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase (twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) J.B. Schepers, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Ulrich Scheuermann, ‘Strukturen in der Mikrotoponymie’ In: Naamkunde. Jaargang 32 (2000) M. Schönfeld, ‘Het taalkundig geslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)' (1933)
M.J.H.A. Schrijnemakers, ‘Maastricht en Utrecht Arthur Schrijnemakers’ In: Naamkunde. Jaargang 35 (2003-2004) M.J.H.A. Schrijnemakers, ‘Het Aduatuca- of Atuatuca-probleem Arthur Schrijnemakers’ In: Naamkunde. Jaargang 36 (2005-2006) Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Het gaat om de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) H. Schultink, ‘Produktiviteit als morfologisch fenomeen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1961 (1961) H. Schultink, 'Produktiviteit als morfologisch fenomeen' (1961)
H. Schultink, ‘De bouw van nieuwvormingen met her-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) H. Schultink, ‘Plaats en aard van morfologische regels in een transformationeel-generatief taalmodel H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974) H. Schultink, ‘Produktiviteit als morfologisch begrip in het werk van E.M. Uhlenbeck H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) H. Schultink, ‘Epiloog: Morfologie in millennia H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) H. Schultink, ‘Produktiviteit, competence en performance Naar aanleiding van het proefschrift van Ariane van Santen H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) H. Schultink, ‘H. Schultink De studie van de Nederlandse morfologie vanuit wetenschapshistorisch oogpunt’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) H. Schultink, ‘H. Schultink Lambert ten Kate en hedendaagse, Nederlandse morfologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) H. Schultink, ‘Een eeuw Nederlandse morfologie De ontwikkelingsgang van een discipline H. Schultink’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) H. Schultink, ‘Twee Nederlandse introducties in de morfologie H. Schultink’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995) Pieter A.M. Seuren, ‘Het probleem van de woorddefinitie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) B. Siertsema, ‘De produktiviteit van prefiksen in 't Yorùbá Berthe Siertsema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘De voornaamwoordelike aanduiding van de abstrakta. (Vervolg van blz. 211).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘De voornaamwoordelike aanduiding van de abstrakta.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘Over de inhoud van het zogenaamde bezittelik voornaamwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Ph.J. Simons, ‘Rondom de kern van ons taalgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) Ph.J. Simons, ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad. (Vervolg van blz. 129).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘Lege voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Vervolg van blz. 154).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) W. Smedts, ‘Etnica en adjectiva bij toponiemen’ In: Naamkunde. Jaargang 5 (1973) Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
Norval S.H. Smith, ‘Over complexe werkwoorden Norval Smith’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) Jacob Samuel Speyer, ‘Eenige opmerkingen omtrent de Nederlandsche substantiva gevormd met het suffix -ling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Gelexicaliseerde woordgroepen van het type A + N P.G.J. van Sterkenburg’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) A. Stevens, ‘Leidraad bij de straatnaamgeving en -wijziging’ In: Naamkunde. Jaargang 13 (1981) A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I (1985)
N.F. Streekstra, ‘Researchproject’ In: Tabu. Jaargang 2 (1971-1972) N.F. Streekstra, ‘[Nummer 3]’, ‘Kanttekeningen bij een assimilatieregel’ In: Tabu. Jaargang 5 (1974-1975) N.F. Streekstra, ‘Abbrevierende morfologie Siemon Reker en Nanne Streekstra’ In: Tabu. Jaargang 18 (1988) Garmt Stuiveling, ‘Bloeibaarheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.F.P. Stutterheim, ‘Dienstbare productiviteit C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H.A.J. van Swaaij, 'De perfectiva simplicia in het Nederlandsch' (1909)
Pierre Swiggers, ‘Karakterisering en beschrijving via persoonsnamen’ In: Naamkunde. Jaargang 18 (1986) Rint Sybesma, ‘Ge- en le Rint Sybesma’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) J. Taeldeman, 'Inflectional Aspects of Adjectives in the Dialects of Dutch-speaking Belgium' (1980)
Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Jan Gerrit Talen, ‘Het bijvoeglik naamwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Jan Gerrit Talen, ‘Het bijvoeglik naamwoord. (Vervolg van blz. 116.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. III’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Gerrit Talen, ‘De comparatie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Gerrit Talen, ‘De comparatie. (Vervolg van blz. 42.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. IV. De comparatie. (Trappen van vergelijking.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Jan Gerrit Talen, ‘Geslacht in taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) D.A. Tamminga, ‘Een ‘Elve’ in Friesland?’ In: Naamkunde. Jaargang 10 (1978) S. Theissen, ‘Nationalisatie of nationalisering. De doubletten op -ering / -atie: een onderzoek a.h.v. Google. Door Siegfried Theissen, lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde. Jaargang 2007 (2007) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Hulpwerkwoorden in modern Frans’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1968 (1968) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Weerzien met Propp Een poging tot herziening van zijn functiebegrip Marianne Roest-Young’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Morfologische productiviteit en woordontlening Wiecher Zwanenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de Nederlandse imperativus H. Proeme’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De syllabe en het morfeem tijdens taalverwerving M.P.R. van den Broecke en A.M. Westers-van Oord’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) [tijdschrift] Naamkunde, ‘The Place-Name Element -hurst (-horst).’ In: Naamkunde. Jaargang 4 (1972) [tijdschrift] Naamkunde, ‘Terpnamen in het licht der Oudheidkunde’ In: Naamkunde. Jaargang 7 (1975) [tijdschrift] Naamkunde, ‘Een Oudengels -cin suffix?’ In: Naamkunde. Jaargang 9 (1977) [tijdschrift] Naamkunde, ‘Het voorzetsel, inherent deel van het toponiem?’ In: Naamkunde. Jaargang 10 (1978) [tijdschrift] Naamkunde, ‘Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen’ In: Naamkunde. Jaargang 29 (1997) [tijdschrift] Naamkunde, ‘Toponiemen in de Baronie van Breda Chr. Buiks’ In: Naamkunde. Jaargang 36 (2005-2006) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog meer oude hyperkorrekte vormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een stukje morfologiegeschiedenis in een generatief kader’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De samenstelling als korte taalvorm in de krant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Werkwoorden op -tsen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Primitieve vormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Spektator. Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Conjunctiereductie of nevenschikking in gelede woorden Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) [tijdschrift] Spektator. Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘De notie ‘Stress Minimalizatie’ en Klemtoonaantrekking Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over den superlatief. (Naar aanleiding van eene examenvraag.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Taalvorming.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een Deventersch hoogleeraar en een Deventer koek.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tabu, ‘Onderzoek taalkunde’ In: Tabu. Jaargang 1 (1970-1971) [tijdschrift] Tabu, ‘Voltooid deelwoord: flectievorm of afleiding?’ In: Tabu. Jaargang 2 (1971-1972) [tijdschrift] Tabu, ‘Morfologische vaste verbindingen: bestaande woorden Martin Everaert’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) [tijdschrift] Tabu, ‘De plaats van geïncorporeerde hoofden in de werkwoordscluster Hilda Koopman’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) [tijdschrift] Tabu, ‘Morfo-syntaxis van het Westvlaamse bè-jaa-k-gie Hans Smessaert’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) Lauran Toorians, ‘Betuwe en Hessen, Bataven en Chatten Lauran Toorians’ In: Naamkunde. Jaargang 36 (2005-2006) M.C. van den Toorn, 'De herkomst van het enklitisch pronomen ie, resp. die/tie' (1959)
M.C. van den Toorn, ‘5. Woordleer’ In: Nederlandse grammatica (1973) M.C. van den Toorn, ‘6. Theoretische achtergronden’ In: Nederlandse grammatica (1973) M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn Het onderzoek van samenstellingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) M.C. van den Toorn, ‘Van godevolen tot computergestuurd M.C. van den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) M.C. van den Toorn, ‘Morfologisch niemandsland: commerciële naamgeving M.C. van den Toorn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Mieke Trommelen, ‘Er zijn minder vrouwen dan feministes Mieke Trommelen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Klemtoonaantrekking bestaat niet Mieke Trommelen & Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1980)
E.M. Uhlenbeck, ‘Functioneel-Structurele Morfologie versus Generatieve Morfologie E.M. Uhlenbeck’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) M. Uhlenbeck-Winkel, ‘De asymmetrie tussen het fonische en het semantische taalaspect en haar gevolgen voor de morfologische descriptie M. Uhlenbeck-Winkel’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J. Veering, ‘De wijfjesolifant en de mannetjesmuis’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) J. Veering, ‘Het juiste woord’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) Jozef Vercoullie, ‘Over de verdubbeling en te dezer gelegenheid over Kabouter, Pantoffel, Duffel en Stof, door Prof. J. Vercoullie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1919 (1919) Jozef Vercoullie, ‘Denominatieven en Deverbatieven Door Prof. Dr. J. Vercoullie Werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1931 (1931) J. Verdam, ‘Absolute naamvallen in 't MNL en NDL.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont' (1901)
A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch' (1924)
A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch. (Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Over mogelike spelvormen onzer j-pronomina in Middelnederlandse en 17de-eeuwse taal. (Een bijdrage tot de geschiedenis onzer aanspreekvormen).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.A. Verdenius, ‘Over een - ene, zijn - zijne (enz.).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Verdenius, ‘Eensloefs - eensloechs. (Overgang fs > chs).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Een relatief dij in het Fries’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Verdenius, ‘‘Congruerende voegwoorden’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) A.A. Verdenius, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Eelco Verwijs, ‘Het geslacht van Bode, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Eelco Verwijs, ‘Een paar Middelnederlandsche misgeboorten, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Roel Vismans, ‘Beleefdheid, Nederlandse modale partikels en het ‘partikelloze’ Engels Roel Vismans (Hull)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995) J. van Vloten, ‘Onvertaalbaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘Je of jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J. van Vloten, ‘Nog iets over 't woord lichaam en zijn spelling, over de Grieksche ph en de Nederlandsche f.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘Bestaan er grondslagen voor een nieuwe regeling van het taalkundig-mannelik en vrouwelik geslacht?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) C.G.N. de Vooys, ‘Een nieuwe regeling van het grammaties woordgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Woordverkorting.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.G.N. de Vooys, ‘Een datief als onderwerp van het passivum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeventiende-eeuwse bewijsplaats voor uwé's.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘III. Woordleer. A. De woordsoorten.’, ‘I. Interjekties.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) S. De Vriendt, ‘De meervoudsuitgang [ǝs] S. de Vriendt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) S. De Vriendt, ‘De meervoudsuitgang [ǝs] S. de Vriendt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘Nog iets over de noordoostlike verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Wobbe de Vries, ‘Nogmaals de verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Wobbe de Vries, ‘Mnl. ei voor ij in ‘Gerrit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Wobbe de Vries, ‘N in de gen. en dat. van Friese eigennamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen. (Nalezing.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Over deminutiva in en nabij Overijsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Fred Weerman, ‘Over enkele verschillen tussen Mnl en Ndl Fred Weerman’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Fred Weerman, ‘Twee tendensen in naamvalsparadigmata Fred Weerman’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) A.A. Weijnen, ‘Morphologisch gekenmerkte phonemen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst (1805)
Herman Wekker, ‘De Engelse progressieve vorm met futurische betekenis Herman Wekker’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) W. Wessels, ‘DOODZONDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘Doodzonde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Annet Wierenga, ‘[Nummer 4]’, ‘Regiolectische en dialectinterne ontwikkelingen in het Groningse genussyteem Annet Wierenga’ In: Tabu. Jaargang 14 (1983-1984) Annet Wierenga, ‘[Nummer 4]’, ‘Het verkleinwoord in het Gronings Annet Wierenga’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) Annet Wierenga, ‘Spiering Reactie op Een syntactisch Ingvaeonisme?’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) N. van Wijk, ‘Het meervoud van de Nederlandsche verkleinwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) N. van Wijk, ‘Zoogenaamde d-epenthesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Willem Jan van Wijk, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Moderne studie der taalsystemen en ouderwetse linguistiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) N. van Wijk, ‘‘Morphonologie.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) J.F. Willems, ‘Over de woorden: Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Klaas Willems, ‘Eigennaam en reflectie’ In: Naamkunde. Jaargang 27 (1995) J.A.F. Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) J.A.F. Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘De algemeene spelregels, en de spelling der woorden air, hair, heir, meir, doir en oir aan die regels getoetst.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Over de noodzakelijkheid der toepassing van de stelling: een woord staat onmiddellijk alleen in betrekking tot eene voorstelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over de verkleinwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Grammatische Hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Bakboord.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Je of jen?’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Over de onderlinge verhouding der verbogene en der onverbogene vormen van dezelfde woorden in de woordvorming en de spelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over het bijna vergeten voorvoegsel a-.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Bastaardwoorden met ver samengesteld door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. te Winkel, ‘Hoofdstuk X. De woordvorming in het Nederlandsch.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901) Henk Wolf, ‘IPP en morfologische markering Henk Wolf’ In: Tabu. Jaargang 26 (1996) Ton van der Wouden, ‘De reflectie van logische relaties in woordstructuur: de distributie van het prefix on Ton van der Wouden’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) Ton van der Wouden, ‘[Nummer 1]’, ‘Ter inleiding: morfologie in Nederland in de jaren '90 Ton van der Wouden’ In: Tabu. Jaargang 25 (1995) Ton van der Wouden, ‘Vrouwtjesgrammatica Ton van der Wouden LUCL/opleiding Nederlandse taal en cultuur Universiteit Leiden’ In: Tabu. Jaargang 36 (2007) Annelies Wouters, ‘[Nummer 1-2]’, ‘Bataven in Watten? Een nieuwe kijk op de elfde-eeuwse uuatanan-glosse’ In: Naamkunde. Jaargang 28 (1996) Guido J. Vanden Wyngaerd, ‘[Nummer 4]’, ‘Partikelwerkwoorden in het Nederlands Guido Vanden Wyngaerd’ In: Tabu. Jaargang 24 (1994) R.M. van Zonneveld, ‘Trillers en redukties’ In: Tabu. Jaargang 8 (1977-1978) R.M. van Zonneveld, ‘[Nummer 4]’, ‘Een Beperking op Nominale Afleidingen’ In: Tabu. Jaargang 8 (1977-1978) Wim Zonneveld, ‘The descriptive power of the Dutch theme-vowel Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Wim Zonneveld, ‘De morfologie van de mens: het hoofd Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Wim Zonneveld, ‘De morfologie van de mens: de vrouw Wim Zonneveld’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) R.M. van Zonneveld, ‘Samenstellingen van afwijkende vorm Ron van Zonneveld’ In: Tabu. Jaargang 32 (2002) F. Zwarts, '-AAR, -ARIJ, -SEL en -TE +' (1975)
F. Zwarts, ‘-Aar, -arij, -sel en -te +’ In: Tabu. Jaargang 6 (1975-1976) |