Bouwstoffen voor de geschiedenis der wis- en natuurkundige wetenschappen in de Nederlanden
(1878)–David Bierens de Haan[p. 26] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
BOUWSTOFFEN VOOR DE GESCHIEDENIS der WIS- EN NATUURKUNDIGE WETENSCHAPPEN IN DE NEDERLANDEN. door D. BIERENS DE HAAN. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
II. Meindert Semeyns.1. Meindert semeyns was een liefhebber-natuurkundige, die in de tweede helft der vorige eeuw van zich heefft doen spreken, maar die sedert geheel vergeten was. Twee bundels van zijne geschriften vielen mij in handen, kort op elkander; en dit gaf aanleiding tot een opstel in de ‘Bulletino van den Prins balthasar bongompagni’1). Deze liet daarop een onderzoek2) volgen naar de bibliotlieken, waar zich deze geschriften nog bevonden; en daaruit bleek, dat mijne verzameling nog meer bevatte dan men aldaar had opgespoord. Ik wil hier de uitkomsten van dit onderzoek mededeelen. Meindert semeyns beboorde tot een Enkhuizer geslacht, dat in den tachtigjarigen oorlog bijzondere diensten aan het vaderland had bewezen, door prins willem I met geld te ondersteunen. Daarvoor ontvingen de Semeynsen in 1577 eene Acte van preferentie3), die in latere tijden herhaaldelijk werd bevestigd, en die hun de preferentie verleende bij elk openbaar ambt, dat ‘zij, bekwaam wezende, mogen begeeren.’ Dit geslacht had toen en later herhaaldelijk zitting in de Stadsregeering. Onze meindert semeyns was een kleinzoon van zijn naamgenoot, die in genoemde Acte voorkomt; hij werd geboren in 1695 uit simon semeyns en simontje semeyns te | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 27] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Enkhuizen en overleed aldaar den 10den April 1775, alzoo op bijna 80-jarigen leeftijd. Hij huwde den 16den April 1729 met anna palesteyn, en kreeg uit dit huwelijk drie dochters: claasjen, geboren den 6den November 1731, aaltjen, den 27sten Februari 1734 en simontjen, geboren den 26sten Juli 1736. De ouders van meindert semeyns waren onbemiddeld; na dus het aanvankelijk onderwijs in lezen, schrijven en rekenen benevens wat stuurmanskunst geleerd te hebben, voer hij reeds in 1715 als stuurman naar de Oost-Indiën, vanwaar hij in 1718 terugkeerde; hij deed toen zijn examen bij de Amsterdamsche kamer der Oost-Indische Compagnie, voor den toenmaligen Examinateur der Oost-Indische stuurlieden, mattheus soeten, den schrijver van de ‘Algemeene Manier tot het maaken van Sonnewysers’4) en van eene ‘Medulla Algebrae of het Merg der Stel-konst,’ handelende over analytische meetkunde5). In 1720 voer hij als onderstuurman voor die Amsterdamsche kamer op het schip ‘Ouwerkerk’ naar Oost-Indië. Reeds in dien tijd en vroeger had hij zijne liefhebberij gesteld in het navorschen der magnetische werking omtrent de miswijzing van het kompas; dit was de reden dat de voornoemde m. soeten hem een handschrift met magnetische waarnemingen voor zijn vertrek ter hand stelde. Hij deed daarna onderscheidene reizen naar den Oost-Indischen Archipel en ook naar Japan, en deed en verzamelde toen een groot aantal verschillende waarnemingen. Later keerde hij in zijne vaderstad terug, werd daar in 1733 en in 1740 Schepen der stad Enkhuizen, en wijdde zich aldaar aan zijne lievelingsstudie. Deze heeft hem echter niet, zooals hij hoopte, veel roem en voordeel, maar daarentegen veel teleurstelling aangebracht. 2. Semeyns had voor zich zelven eene onderstelling van halley omtrent het aardmagnetisme uitgewerkt tot een systema, zoo als hij dat noemde; maakte dit persoonlijk bekend aan prins willem den vierden; en diende in 1756 eene Memorie in bij Hun Edel Grootmogenden. Deze stelden dit stuk in handen van de Heeren van Delft, Hun Edel Mogenden, de Heeren Gecommitteerden van Hun Edel Grootmogenden tot de | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 28] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
nieuwe Inventiën, onder den voorzitter van bleyswijk. Deze wederom benoemden den Leidschen Hoogleeraar johan lulofs tot Examinator, wien deze betrekking veel arbeid en moeite heeft gekost. En zoo begon een twistgeschrijf, dat tot 1763 duurde, en later door semeyns alleen tot 1773 werd voortgezet: eene twist, die met de twistgeschriften zelve, thans reeds geheel in het vergeetboek was geraakt Lulofs gaf reeds den 29sten December 1756 de ‘Aanmerkingen’ en op den 15den Juli 1757 zijn ‘Nadere Consideratiën’ over de verhandeling van semeyns. Deze, die zeker reeds begon te bemerken, dat lulofs niet gunstig voor zijne uitvinding gestemd was, zond zijn stuk aan de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, in September 1757, om ‘zijne uitvindinge voor dat Illuster Genootschap ter Examen te stellen’ De aanleiding tot deze aanvraag is de volgende. Nadat semeyns in 1748 te Haarlem een stukje had uitgegeven wegens een buitengewonen orkaan op 11 en 12 December 17476), nam de voornoemde Maatschappij in hare werken drie verhandelingen. van hem op. In het tweede deel (van 1755) een Berigt over Land en Zeewinden7) en eene Waarneming over de Dampheffing8); en in het derde deel (van 1757) eene Verhandeling over de Passaatwinden9). Maar deze poging gelukte hem niet. Bij missieve toch van den 12den September 1757 verontschuldigde de Secretaris, c.c.h. van der aa zich, onder terugzending van het stuk, met de meening, dat het der Maatschappij niet voegen zoude, dit onderzoek op zich te nemen, nu het in handen van Hunne Ed. Gr. Mogende was. Den 8sten Juli 1758 gaf lulofs ‘Nieuwe Consideratiën’ en den 30sten Aug. 1759 zijn ‘Rapport van een nader onderzoek’ waarop semeyns in September 1759 een ‘Nadere Herzieninge’ inzond, die den 22sten October van dat jaar door lulofs werd beantwoord in zijne ‘Aanmerkingen op de Nadere Herzieninge.’ Dat intusschen semeyns den moed niet opgaf, blijkt daaruit, dat hij na onderscheidene aankondigingen in de nieuwsbladen, in 1760 zijn eerste geschrift ‘Kortbondige Redeneering’10) opgedragen ‘aan || zijne doorlugtigste hoogheid || den heere || | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 29] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
willem de vijfde, || prince van oranje en nassau, || erfstadhouder der vereenigde || nederlanden, &c. &c. &c.’ in het licht gaf. Van dezen arbeid verscheen in 176411) eene hoog-duitsche vertaling. Den 1sten Augustus 1761 ontving semeyns ten zijnen huize een bezoek van Prof. lulofs, eenige Commissarissen te dezer zake, en eenige leden der Staten. Dit bezoek is hem een doorn in het oog geweest en gebleven. In plaats dat hij in de gelegenheid werd gesteld, om zijne instrumenten, zijne in elkander besloten bollen, zijne nederhangende naalden te vertoonen, waaraan zijne bezoekers minder waarde hechtten, dan hij dit zelf deed, - was het doel dezer bijeenkomst om hem voor de vuist eenige vraagstukken te doen oplossen. De oude man geraakte bedremmeld en verlegen, verwarde oost en west, rekende ruim twee uren over een enkel eenvoudig vraagstuk, en beging ten slotte nog een fout van zes graden. De overige dertien vragen werden hem toen achtergelaten; hij werkte daaraan dag en nacht; maar ook deze arbeid kon de goedkeuring van zijnen Examinator niet wegdragen. Reeds den 22sten Augustus 1761 gaf lulofs een ‘Onderzoek van semeyn's laatste antwoorden’ en daarop den 9den November de ‘Memorie van Consideratiën over het Project’. Hierop schreef semeyns den 26sten November een ‘brief’ aan Hunne Edel Mogenden: maar ook daarop antwoordde lulofs den 6den December met zijn ‘Aanmerkingen op een brief aan Hunne Edel Mogenden’. Nu gaf semeyns in het volgende jaar 1762 zijn tweede geschrift ‘Kortbondige Demonstratie’12) in het licht, waarin hij onder anderen de kritiek van Mr. luzac13) in de Nederlandsche Lettercourant bespreekt. In het ‘Naberigt’ blz. 57-85 geeft hij, onder bittere klachten, bericht van hetgeen er in deze zaak was voorgevallen; blz. 86-90 geeft hij een vraagstuk ter oplossing op, en laat daarna de Acte van preferentie volgen, waarvan boven in § 1 sprake was. Daarop schreef hij in Augustus van dat jaar 1762 een brief aan den Edel Mogenden Heer van bleyswijk, lid van de reeds vroeger genoemde Commissie over de Inventie, en den 13den November aan Prof. j. lulofs, die dezen brief den 12den December beantwoordde; waarop semeyns den 24sten December | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 30] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
een zeer uitvoerigen brief aan lulofs schreef. Deze zond daarop den 3den Januari 1763, als eindadvies zijne ‘Consideratie over het Project van den Wel Edelen Gestrengen Heer m. semeyns’ aan de Staten. Hierop schreef semeyns den 15den Januari aan den Heer van bleyswijk en den 31sten Januari aan Professor lulofs, die hem den 4den Februari zeer kort antwoordde. Nog gaf semeyns den moed niet op, maar schreef den 8sten Februari en den 4den April aan lulofs, die daarop den 5den April een brief aan semeyns zond. Deze waagde nog een laatste poging door den 22sten April van datzelfde jaar 1763 aan lulofs te schrijven: doch hij bleef hiermede slechts het laatst aan het woord. Men ziet, dat aan Prof. lulofs de post van Examinator in zake het Project van m. semeyns niet gemakkelijk werd gemaakt; maar het onaangenaamste moest nog komen. Tot nog toe immers was de geheele zaak schriftelijk behandeld, en slechts enkele punten van die briefwisseling waren door semeyns in zijn beide gedrukte stukken opgenomen. Doch nu meende de oude, reeds ziekelijke man, - die van zijn stelsel eene geheele omkeering in de wetenschap en ook aanspraak op persoonlijk voordeel verwachtte, uithoofde van de boven vermelde Acte van preferentie, - dat hij zijne zaak aan het oordeel van het publiek moest onderwerpen. Zijne zinspreuk luidde: ‘De Waarheid op Taafel.’ Hij gaf dus in 1764 zijne ‘Merkwaardige Verzameling’14) uit. Deze bevatte blz. 13-60 een tiental der voormelde brieven en stukken, waarop hij blz. 61-77 eenige ‘Aanmerkingen over de gemelde Briefwisseling’ liet volgen, en verder blz. 78-105 ‘Aanmerkingen en Verantwoording Jegens het Rapport van den Wel Edelen Hoog Geleerden Heer j. lulofs, gedaan aan Hunne Edel Mogenden: wegens de bevinding van het Systema van den Heer Mt. semeyns.’ Hierdoor werd de stand en de behandeling van het betwiste onderwerp van geheel anderen aard De heer lulofs gaf zijn brief15) in druk uit, semeyns beantwoordde dien met een anderen brief16) in druk, waarop verder door Professor lulofs ‘Korte Aanmerkingen’17) werden in het licht gegeven. Deze drie stukken kwamen alle nog in het jaar 1764 van de pers. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 31] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hoewel daardoor zijn project niet gunstiger werd opgenomen, schijnt het toch, dat rnen medelijden met onzen semeyns heeft gekregen: althans hij verkreeg een jaariijksch pensioen of toelase van ƒ300, te gelijk ‘met twee oude Matronen, uit een en het zelve Geslagt afkomstig’ ten gevolge van de vermelde Acte van Preferentie. Al was semeyns dankbaar voor deze toelage, hij was er niet mede voldaan, en bleef ontevreden. In een ‘Voorberigt of Voorreden’18) kondigde hij in 1765 de uitgave aan van zijn ‘Magnetisch systema’19), dat in 1767 uitkwam, en dat, behalve de uiteenzetting van zijn stelsel, ook hier en daar veel herhalingen van de vorige klachten en persoonlijkheden bevatte. In dit werk komen op blz. 213-223 zijne beide tafels voor. Daarop volgt eene ‘Beëedigde Verklaaring van joost bok en pieter modderman, wegens het nieuw ontdekte Magneetische Systema van m. semeyns’ blz. 224-234, een notariëel stuk door Burgemeesters en Regeerders gecontrasigneerd, waarbij genoemde heeren, beide Leermeesteren in de Zeevaart-kunde en Burgers van Enkhuizen, verklaren, dat zij semeyns vijf en twintig voorbeelden hebben zien uitwerken. Eindelijk liet hij op 79 jarigen ouderdom, dus in 1773, zijn ‘voornaamste verschilpunten’20) drukken, om zijn stelsel kort uiteen te zetten. Maar al deze geschriften lokten geene tegenspraak uit: men bekommerde zich niet meer over semeyns of zijn systema. Deze strijd droeg geheel het eigenaardig karakter van de helft der achttiende eeuw. Lange titels van boeken; lange, maar daarom niet altijd even krachtige redeneeringen, vooral bij semeyns; veel deftige omhaal, en daaronder toch scherpe, zoo al niet grove aanmerkingen: eindelijk een ongepast gebruik van godsdienstige uitboezemingen, en van het aanhalen van bijbelteksten. 3. En nu het systema zelf? Dit was tweeledig. Het eerste moest dienen, om de afwijzing van het kompas te verklaren, niet alleen, maar ook voor eene gegeven plaats en op een gegeven tijd te berekenen. Hij nam, naar aanleiding van eene onderstelling van halley, twee concentrische bollen binnen de aardoppervlakte aan: en wel zoodanig, | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 32] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
dat de binnenste bol zoowel als het verschil tusschen dezen met den middelsten, en die tusschen den middelsten bol en de geheele aarde in inhoud gelijk waren: dat dientengevolge de stralen dier bollen tot elkander in reden stonden als de derdemachtswortels uit 1, 2 en 3. Op den buitensten bol, de aarde zelve, neemt hij twee vaste polen aan, een Noorder en een Zuider punt, beide op 61⅖° breedte (Noorder en Zuider) waarvan het eerste D (zie de bijgevoegde figuur), op 268° en het tweede A op 164° lengte gelegen waren - gerekend van den eersten meridiaan over het eiland Ferro, dus met 256° lengteverschil. De twee inwendige bollen bewegen zich. De middelste bol gaat elk jaar 9½′ terug, zoodat zij juist ééne omwenteling ten achteren is in het tijdsverloop van 2273 1/1 3/9 jaren, Ook op dezen bol zijn twee polen, een Noorderpunt F op 70½° breedte en een Zuiderpuut C op 63° breedte; in 1766 stond F op 107° 13′ en C op 284° 13′ lengte: zij hadden dus 177° lengteverschil. De binnenste bol heeft ook een teruggaande beweging grooter dan de vorige, en wel van 20′ per jaar: zoodat hij een omwenteling heeft van 1080 jaren, een opzicht van de aardoppervlakte. Het Noorderpunt E en het Zuiderpunt B op dien bol liggen beide op 44° breedte (Noorder en Zuider). In het jaar 1766 had E 347° en B 77° lengte: dus met een lengteverschil van 90°. Door deze voorstelling verkreeg men alzoo twee vaste polen of trekpunten A en D, benevens twee paren bewegende polen C en F, E en B, die steeds dezelfde breedte behielden; maar waarvan overigens elk paar zich ten opzichte van elkander zoowel als ten aanzien van het vaste paar in gestadige beweging bevonden. In zijn eerste tafel (Magnetisch Systema blz. 213-216) berekent hij den stand dier vier laatste polen, wat hunne lengte betreft; een deel dier tafel moge tot voorbeeld dienen. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. t.o. 32] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() D. Bierens de Haan, Bouwstoffen etc.
Versl. & Medd. d. Afd. nat. R 2. Deel VIII. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 33] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Tafel, || Vertoonende den waaren Stand der Trek- || punten op ieder voorgesteld Jaar; den || eersten Meridiaan gerekent van Ille de || Farro,
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 34] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Deze polen of trekpunten nu moesten op de kompasnaald werken met krachten, waarvan hij aannam, dat zij afnamen in omgekeerde reden van de vierkanten der afstanden. Deze afstanden nam hij in twee honderdste deelen van den straal des aardbols: en zoo berekende hij in zijn tweede tafel (Magnetisch Systema blz. 217-223) die krachten voor de afstanden 6 tot 200, waarbij de krachten afnamen van 376.4 tot 0. Ziehier een gedeelte van die tafel.
Om verder de gezamenlijke werking der zes polen voor eene bepaalde plaats op een bepaald tijdstip te verkrijgen, gebruikt semeyns zijn ‘Manier van generale koppeling’. Hij construëerde namelijk, volgens de leerwijze van het parallelogram van krachten, telkens de resultante van de krachten, die in de zes trekpunten werkten, nadat hij die eerst, door middel van zijn beide tafels in grootte en richting had bepaald. Door de omkeering van dit vraagstuk wilde semeyns verder | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 35] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
de omgekeerde vraag oplossen: gegeven een bepaald tijdstip (en dus daarmede de plaats der trekpunten) benevens de afwijking van de kompasnaald; daaruit de lengte der plaats van waarneming te bepalen. Langs dien weg meende hij de groote vraag van het bepalen der lengte op zee, die toen ook nog heette ‘het vinden van Oost en West’, te hebben opgelost; hij meende derhalve de Engelsche premie van 10.000 p. st., op dit vraagstuk gesteld, te hebben verdiend; terwijl hij het met leede oogen aanzag, dat harrison voor zijn uurwerk daarvan reeds de helft had ontvangen. 4. Voorzag semeyns van deze uitvinding het grootste praktische nut voor de zeevaart; door het tweede gedeelte van zijn systema, meende hij, dat de newton'sche theorie voor de sterrekunde moest wegvallen tegen de zijne. Hier nam hij aan ‘dat de kortste middellijn van den Aardklootsweg door het Middelpunt gaat, en den Zodiak in twee gelijke deelen doorsnijdt’ en ‘dat het ware Middelpunt van den Zodiaks-kring ook het ware onzigtbare Punt is, het welke de Aardklootsweg mede in twee gelijke deelen doorsnijdt’: ‘dat het middelpunt van den zonneweg, als punt van aantrekking, en het middelpunt van den loopbaan der aarde zamenvallen.’ Door middel van deze gemakkelijke onderstelling verklaart hij dan verder de precessie, de eb en vloed met al de verschijnselen omtrent de Watergetijen: terwijl hij ook omtrent de Noorder-Lichten en de Aardbevingen eene beter voldoende theorie meende te leveren, dan de bestaande. 5. De bewijzen en bewerkingen van semeyns hebben allen den vorm van meetkundige constructiën; maar zijne tafels, waarop die constructiën steunen, zijn uit vrij onzuivere waarnemingen opgemaakt, en waren in allen gevalle slechts empirische, die voor enkele bepaalde gevallen slechts goede uitkomsten opleverden. Hij nam het echter zoo nauw niet met de nauwkeurigheid van de waarnemingen, waaruit hij tot zijne gevolgtrekkingen besloot; en verlangt dan ook geene nauwkeurig juiste uitkomsten, hetgeen hij ook in de praktijk onnoodig vond. Hij was al zeer spoedig met zijne berekeningen tevreden, ook met de fouten in de uitkomst; deze schreef hij gemakshalve aan de fouten der waarneming toe. Prof. lulofs was van een tegen- | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[p. 36] | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
gesteld gevoelen, en meende dat die fouten in de uitkomst juist het fautieve in het systema aantoonden. Het is ligt te begrijpen, dat het dus aan Prof. lulofs wel moeielijk moest vallen, aan semeyns het onhoudbare zijner theorie te bewijzen: deze toch wenschte niet overtuigd te worden, en verschool zich telkens achter het niet noodzakelijke van zeer nauwkeurige uitkomsten. Semeyns verklaarde steeds veel eerbied te hebben voor geleerden, maar meende eigenlijk Geleerd en Wijs is Een:
Doch kan voor Twee verstrekken:
Men vindt Geleerde Wijs:
Maar ook Geleerde Gekken.
waarvan de door hem bedoelde toepassing niet moeielijk te raden viel. |
|
