Klinkert.
[Op Professor Snellius.]aant.aant.aant.*
Wat snelgewiekte bood brengt ons den gulden Tak?1
'T is Snellius, die snel van geest, van sinnen wakker, 2
Dien snellijk plukken liet op Ramus vetten akker, 3
En snel dees Spruyte gaf een kracht die haer ontbrak. 4
5
Veel sneller salmen nu gaen meten 's werelds dak, 5
O snellen Snellius, Euclides weerdste makker! 6
Ghy vliegt de kunst voorby in snelheid: want men sprakker 7
Noyt sneller af met re'en eer Snel het hoofd opstak. 8
Ghy snelle Geesten volgt, en sneller op wilt merken, 9
10
Vermids u Snel gaet voor met snelle en lichte vlerken:
Of giert hy u te snel, so trekt een snelle schacht 11
Uyt sijn geswinde wiek, soo spoedy langs hoe sneller, 12
En hoe ghy sneller stygt, hoe haer de Meetkunst heller
En sneller op sal doen tot in haer volle kracht. 13-14
|
-
*
- Van 1622. Afgedr. naar de tekst in: Petri Rami Meetkonst, in XXVII boecken vervat. Wt het Latijn in 't Neerduyts overgheset by Dirck Hendricxz. Houtman. Oversien, verrijckt, en verklaert, door D. Willebrordvm Snellivm, Matheseos Professorem inde hooghe Schole tot Leyden. t'Amstelredam, By Willem Iansz Blaeuw, inde vergulde Sonnewyser. Anno MDC. XXII. (op de laatste blz. van 't voorwerk).
Matheseos Professorem: hoogleraar in de wiskunde.
-
1
-
den gulden Tak: de heerlike (goude) tak van de wetenschap (met zinspeling op Ramus die 't Latijnse boek geschreven had, immers 't Latijnse ramus = tak, en op de olijftak die de duif naar de ark van Noë bracht, als teken van de nieuwe vruchtbaarheid; zo hier als teken van de voortreffelike wetenschap).
-
2
-
van sinnen wakker: wakker van verstand.
-
3
-
Ramus die 't Latijnse boek geschreven had (zie boven).
-
4
-
een kracht die haer ontbrak nml. dat allen die geen Latijn kenden, daaruit de meetkunst konden bestuderen.
-
5
-
's werelds dak: de hemel.
-
6
-
Euclídes, de beroemde Griekse wiskundige (± 300 v. Kr.); weerdste: dierbaarste.
-
7
-
de kunst: de wetenschap, de meetkunst; gij zijt de nu bekende wiskunde-wetenschap vooruit.
-
8
-
sneller.... met re'en: sneller met verstand, scherpzinniger; men sprak er nooit scherpzinniger van, eer Snel was opgetreden.
-
9
-
snelle Geesten: vlugge vernuften, vlugge geleerden; sneller op.... merken: scherper waarnemen.
-
11
-
giert: zwiert, vliegt.
-
12
-
spoedy: spoedt gij; langs hoe: hoe langer hoe (langs: langer, ouwe vergrotende trap met bijwoord-s).
-
13-14
-
heller: helderder, klaarder; haer.... op sal doen: zich zal openbaren (op: open).
|