Antwerpen

 

 

Literatuur is in Antwerpen alom aanwezig, en dit is al heel lang zo. Vanaf de Middeleeuwen zijn schrijvers, gezelschappen en drukkers in Antwerpen actief geweest, en is er veel over deze stad geschreven. Heel wat van deze literatuur is in de dbnl terug te vinden.

 

 

     Middeleeuwse schoolvorming

In de Middeleeuwen ontwikkelde Antwerpen zich behalve als handelsstad ook als centrum voor de literaire productie te midden van de toen opkomende steden. Vooral in de veertiende eeuw floreerde de literatuur, in en rond de ‘Antwerpse school’. Van Anrooij vertelt hier meer over. Het Boek van Sidrac en de Lancelotcompilatie bijvoorbeeld worden tot de voortbrengselen van deze school gerekend. De bekendste exponent van de Antwerpse school is wel Jan van Boendaele, een Antwerpse schepenklerk en auteur van onder meer het historiewerk Brabantsche yeesten en het moraliserende Der leken spieghel (nog niet beschikbaar). Dit laatstgenoemde werk lijkt sterk op het jongere Cornicke van Brabant van Hennen van Merchtenen, waarin Antwerpen ook regelmatig ter sprake komt. Soms wordt ook de beroemde mystica Hadewijch met Antwerpen in verband gebracht, hoewel hiervoor geen bewijzen zijn.

 
Kaart van het markgraafschap Antwerpen, met rechts de stad Antwerpen. Ontleend aan: J.A. Colom, De vyerige colom. Verthonende de 17 Nederlandsche Provintien (1660).

 

 

     Antwerpse Rederijkers

In de vijftiende en zestiende eeuw zijn verschillende rederijkerskamers actief in Antwerpen, zoals de Damastbloem, de Goudbloem, het Leliken van Calvarien, de Olijftak en de Violieren. De dbnl atlas geeft een volledig overzicht. In een bijdrage aan het Belgisch Museum vertelt Peter Jozef Visschers meer over deze kamers, en over de Antwerpse landjuwelen van 1496 en 1561. Dit laatstgenoemde landjuweel zou de meest besproken rederijkerswedstrijd ooit worden.

Een bekende Antwerpse rederijker is Jan van den Berghe, auteur van onder meer het esbattement Hanneken Leckertant, het uitvoerige hekeldicht Het leenhof der ghilden, en van de gedichten Hantwaerpen int zotte en Hantwaerpen int amorueze.

Van de hand van een rederijker is ook de vroeg-zestiende-eeuwse Mariken van Nieumeghen (editie Coigneau), waarvan de ontstaansgeschiedenis door Coigneau in een artikel uitvoerig besproken wordt. Mariken wordt in dit mirakelspel (soms ook als prozaroman beschreven) door de duivel verleid, en gaat met hem mee naar Antwerpen. Daar zal ze zeven jaar lang een uitbundig en zondig bestaan leiden.

 

 

 
Blazoen van de Antwerpsche Rederijkerskamer ‘De Goudbloeme’, ontleend aan de bundel ‘Spelen van sinne’, in 1562 te Antwerpen gedrukt. Maria draagt de zinnebeeldige goudbloem, misschien een klein soort zonnebloem, waarmee zij in de poëzie werd vergeleken.' (Bron: M.A.P.C. et al., Platenatlas bij de Nederlandsche literatuurgeschiedenis (4de druk, 1933))

     Gouden zestiende eeuw

In de zestiende eeuw groeide Antwerpen uit tot een stad van wereldformaat. De Antwerpse schepen Jan van der Noot is één van de eerste dichters in de Nederlanden die de renaissance-idealen omarmt. Vosters en Te Winkel benadrukken de invloed van de toenmalige Franse en Spaanse literatuur op Van der Noots werk, vooral zichtbaar in zijn bundels Het theatre en Het bosken. Uit de zestiende eeuw dateert ook het Antwerps Liedboek, een verzamelbundel van - voor die tijd soms al te schunnige - minne- en herbergliedjes en ook rederijkersliederen. Zie over dit liedboekje Jonckbloet (deel 2) en het overzichtswerk van Kalff.

 

 

   

     Drukkerstad

Het meest befaamd werd Antwerpen om haar boekdrukkunst. In de vijftiende eeuw al kwamen grote drukkers uit het noorden naar Antwerpen, zoals Gerard Leeu uit Gouda en Eckert van Homberch uit Delft. Verschillende meer en minder bekende werken verschenen er voor het eerst in druk: Karel ende Elegast, Vanden tien esels en de Historie vanden vier heemskinderen. Ook de eerste Nederlandse embleemboeken en de Antwerpse Veeltalige Bijbel werden er gedrukt. Tijdens Antwerpens gouden eeuw groeide de drukkerij van Christoffel Plantijn uit tot een van de belangrijkste van Europa. Dat Plantijn in Antwerpen en elders ook geheime (anti-Spaanse) activiteiten ontplooide wordt belicht in het artikel van Valkema Blouw. Het succes van dit Antwerpse drukkersbedrijf ligt wellicht in de commerciële aanpak ervan (zie een artikel van Pleij), en in de goede contacten die Plantijn overal in Europa onderhield. De taalkundige Kiliaan werkte voor hem, en de rederijker Peter Heyns was een goede vriend. Na de dood van Plantijn zette zijn schoonzoon Jan Moretus de drukkerij verder.

 

 

 

     Reformatie en Opstand

De Scheldestad werd echter al vroeg het toneel van hevige godsdiensttwisten. De geest van opstandigheid spreekt duidelijk in Het Offer des Heeren en Het Geuzenliedboek. De martelaarsliederen en -brieven en politieke strijd- en geuzenliederen in deze bundels voerden propaganda voor de reformatorische leer en werden ingezet in de strijd tegen het toenmalige Spaans-roomse bewind. Zie bijvoorbeeld een brief uit het Offer des Heeren en lied 93 en lied 142 uit het Geuzenboek. Het bekendste geuzenlied, het Wilhelmus, wordt vaak toegeschreven aan Marnix van Sint Aldegonde, auteur van het satirische en anti-katholieke De bijencorf der H. Roomsche Kercke en een tijdlang burgemeester van Antwerpen. Anna Bijns, katholieke onderwijzeres in Antwerpen, schrijft een aantal bewogen, polemische rederijkersrefreinen tegen de lutheranen. Te Winkel legt in de Ontwikkelingsgang der Nederlandsche Letterkunde (Deel 2) uit hoe Bijns met haar poëzie ageert tegen het Lutherse calvinisme en andere strekkingen die van het ware geloof zijn afgedwaald. De historische gebeurtenissen tijdens de opstand bleven ook een eeuw later inspireren. In 1626 schrijft de Veerse dichter Adriaen Valerius de Nederlandtsche Gedenck-clanck, een geschiedverhaal geïllustreerd met liederen die nauw verwant zijn aan het geuzenlied. Hierin staat onder andere verwijzingen naar de Spaanse Furie te Antwerpen, op 4 november 1576.

 

 

   

     Vlucht naar het noorden

De afsluiting van de Schelde door de Spaanse bezetter en de val van Antwerpen in 1585 maakte een einde aan de prominente rol van Antwerpen als handelscentrum. Heel wat intellectuelen en vooraanstaande personen vluchtten naar het noorden, hoewel hier en daar een omgekeerde beweging plaatsvond. De Noord-Nederlandse graveur en illustrator Boëtius à Bolswert bijvoorbeeld vestigde zich in het begin van de zeventiende eeuw in Antwerpen. Eerder deed Otto Vaenius dat al.

Op literair gebied moest Antwerpen onvermijdelijk aan belang inboeten. Het literaire zwaartepunt kwam in het calvinistische noorden te liggen, dat overigens met gemengde gevoelens naar het katholiek gebleven Antwerpen keek. In Bredero's Spaanschen Brabander kunnen de bedriegerijen en grootspraak van de uitgeweken Antwerpenaar Jerolimo de Amsterdammers niet bekoren. Toch doelde Bredero niet louter op een zwart-wit tegenstelling, zo blijkt uit het artikel van Van Stipriaan. Trijntje Cornelis, hoofdpersonage in de gelijknamige klucht van Constantijn Huygens (zelf afkomstig uit een Antwerpse familie) reist vanuit Zaandam naar Antwerpen. Het contrast tussen de Hollandse schippersvrouw en de listige Antwerpenaren is wederom erg groot.

Wat in het zeventiende-eeuwse Antwerpen wel overeind blijft, is de contrareformatorische didactische literatuur en katholieke liedbundels, vaak door jezuïeten geproduceerd. Knuvelder (deel 2) en Kalff (deel 5) hebben in hun literatuurgeschiedenissen aan deze resterende literatuur in Antwerpen en in de zuidelijke Nederlanden elk een paragraaf gewijd.

 

 

 
De route van Trijn door Antwerpen. Ontleend aan: Constantijn Huygens, Trijntje Cornelis. Een volkse komedie uit de Gouden Eeuw (ed. H.M. Hermkens en Paul Verhuyck). Prometheus / Bert Bakker, Amsterdam 1997.

     Dichters en schrijvers in Antwerpen

Ook meer recent is Antwerpen thuishaven van vele auteurs. Schrijvers als Hendrik Conscience, Eugeen Zetternam, Emmanuel de Bom, Willem Elsschot, Paul van Ostaijen, Marnix Gijsen, Maurice Gilliams, Lode Zielens, Hubert Lampo, Ward Ruyslinck en Tom Naegels zijn allen Antwerpenaren. Jan Frans Willems had lange tijd een ambtelijke functie in Antwerpen, en Herman de Coninck bracht er een groot deel van zijn leven door. Gerard Walschap, Piet van Aken en Paul de Vree zijn gestorven in Antwerpen. Zie voor een uitgebreide lijst van auteurs die in Antwerpen geboren of gestorven zijn de dbnl atlas.

 

 

     Over Antwerpen

De Antwerpse stad, taal en cultuur blijft tot vandaag inspiratiebron voor de literatuur. Van Ostaijens Bezette Stad (nog niet beschikbaar) geeft beelden van Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

In het tiende tot het dertiende hoofdstuk van Het land van Rubens leidt Conrad Busken Huet de lezer door het eind negentiende-eeuwse Antwerpen, langs haar architectuur en belangrijkste kunstenaars als Rubens en Metsys. In Van Ginneken en in Winklers Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon wordt het Antwerpse dialect geanalyseerd. De Limburger Jan Hanlo vertrouwt de lezer zijn Ontboezeming in het Antwerps toe. De atlas in de dbnl geeft een uitgebreid aantal links naar Antwerpse auteurs en literaire gezelschappen, en al de in de dbnl beschikbare primaire en secundaire literatuur over Antwerpen.

 

 

 

[Helga Dierckx, mei 2006]