Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Biografie Bulletin. Jaargang 11 (2001)

Informatie terzijde

Titelpagina van Biografie Bulletin. Jaargang 11
Afbeelding van Biografie Bulletin. Jaargang 11Toon afbeelding van titelpagina van Biografie Bulletin. Jaargang 11

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (6.96 MB)

Scans (21.13 MB)

ebook (9.43 MB)

XML (0.64 MB)

tekstbestand






Genre

non-fictie

Subgenre

non-fictie/biografie
tijdschrift / jaarboek


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Biografie Bulletin. Jaargang 11

(2001)– [tijdschrift] Biografie Bulletin–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende
[pagina 144]
[p. 144]

Biografie van de geleerdste man van Nederland
Ofwel een portret van de negentiende eeuw
André van der Veeke

Wie niet verbaasd staat over de kennis van Prof. Veth heeft geen verstand van kennis.
Multatuli
De negentiende-eeuwse wetenschapper P.J. Veth kan niet bepaald als een interessante persoonlijkheid worden omschreven. Toch is zijn biograaf erin geslaagd een boeiend boek over hem te schrijven. Hij deed dit door Veth vooral in diens eigen tijd te plaatsen.

Kun je een interessante biografie schrijven over een hoofdpersoon met een weinig enerverend leven? Of is de eerste wet voor de biograaf: ik zoek een boeiend mens met een veelbewogen bestaan. Jan Joost Lindner weet het antwoord: ‘Een goede biografie is altijd een slimme mix van macro- en microhistorie. De beschrevene hoeft niet prominent te zijn, maar hij moet wel interessant zijn en zijn leven moet verband houden met een van de grote thema's van zijn tijd.’Ga naar eindnoot1

Maar wat houdt het begrip interessant in dit verband eigenlijk in? Staat het voor een man of vrouw die van de ene bloedstollende gebeurtenis in de andere rolt? Of voor iemand die een scala aan originele gedachten tot zijn of haar beschikking heeft?

Paul van der Velde heeft in Een Indische Liefde in elk geval een prominente historische figuur tot onderwerp van zijn boek gemaakt. P.J. Veth gold zo'n beetje als een van de geleerdste mannen van de negentiende eeuw. Het buitenland wist daar van, gezien de hoge onderscheidingen die hij van over de grenzen ontving. Bovendien was hij met hoofd en hart betrokken bij een van de belangrijkste kwesties van zijn tijd: de veranderende verhouding van het moederland tot Nederlands-Indië.

Het eigenaardige is dat deze grote vaderlander na zijn dood zo snel in de vergetelheid raakte. Tot voor kort was het zo dat men onmiddellijk aan de portretschilder Jan Veth dacht, als de naam Veth ter sprake kwam. De reden voor de ‘tweede dood’ van P.J. Veth is misschien gelegen in het feit dat hij een generalist was. Na hem brak het tijdperk van de gespecialiseerde wetenschapper aan. Zijn werken vol encyclopedische kennis raakten snel verouderd. De auteur noemt in zijn nawoord

[pagina 145]
[p. 145]

bovendien als oorzaak het ontbreken van een biografische traditie in ons land.

Terugkomend op de vraag van het begin: ondanks al zijn verdiensten kun je het particuliere leven van Veth onmogelijk erg interessant noemen. Hij was een plichtsgetrouw wetenschapper en veelschrijver, maar hij muntte niet uit in een uitbundige levenswijze of in origineel optreden. De colleges die hij gaf, waren befaamd om hun saaiheid. Het knappe van de biografie van Van der Velde is dat je desondanks het boek met gretigheid en plezier leest. Dit heeft onder andere te maken met het adequate bronnengebruik. De vele citaten - vooral uit het werk van Veth - zijn organisch ingebed, waardoor de hoofdpersoon bijna ongemerkt door middel van een groot aantal tekst-transfusies kleur op de wangen krijgt. Verder weet Van der Velde tal van in wezen triviale feitjes zijn biografie binnen te smokkelen: omgang met bedienden, ziekte en gezondheid, erfenissen, woon- en werkomstandigheden.

Al deze aspecten zorgen ervoor dat de lezer een levendig beeld krijgt van het intellectuele leven in de 19de eeuw. Dat is naar mijn mening de belangrijkste verdienste van dit boek. Had Van der Velde een persoon met een hartstochtelijker karakter beschreven, Multatuli bijvoorbeeld, dan had het boek meer op de persoon geleund dan op de eeuw.

Indische roeping

De biografie Een Indische Liefde heeft een heldere structuur: tien hoofdstukken, waarvan er steeds twee een thematische eenheid vormen. De lezer maakt kennis met het kleinburgerlijk milieu en de stad Dordrecht waaruit Pieter Veth voortkwam.

illustratie
Halffiguur van J.P. Veth met gezicht op Rijn, foto J.J.A. Abbing


Al op jeugdige leeftijd toonde Veth een ongelofelijke werkdrift. Hij mocht de Latijnse school bezoeken, een prestigieuze onderwijsinstelling, en ging later in Leiden theologie studeren. Een logische keuze voor het ambt van dominee wist hij af te wenden, dit tot verdriet van zijn ouders. Veth gold als een aanhanger van een vrijzinnige richting binnen de Nederduits Hervormde kerk. Wellicht verwachtte hij moeilijkheden vanuit de orthodoxe geloofsgemeenschappen bij pogingen om als dominee aangesteld te worden.

Veth koos in ieder geval na beëindiging van zijn studie een baan als docent aan de Koninklijke Academie in Breda. Vervolgens bestudeerde hij verschillende talen, waar onder Maleis en Javaans. De omstandigheden in Breda waren niet optimaal. Na enkele jaren zag Veth kans

[pagina 146]
[p. 146]

te ontsnappen naar Amsterdam, na eerst nog korte tijd in Friesland te hebben doorgebracht. Hij werd professor aan het Amsterdams Atheneum en gaf daar lessen in logica en psychologie. Hij deed dit nauwgezet, maar vooral zonder veel enthousiasme. Zijn eigenlijke belangstelling lag bij de land- en volkenkunde, in het bijzonder Indië en Afrika betreffend. Na het stormachtige jaar 1848 had Veth de politieke wind mee om in publicaties en boeken aan te dringen op een liberale houding ten opzichte van Nederlands-Indië. Hij waarschuwde tegen reactionaire krachten in eigen land en in de kolonie. ‘De in zoovele opzigten verderfelijke grondstellingen, die ook waarlijk zooveel zegen niet gebragt hebben, der Oost-Indische Compagnie, beruchter nagedachtenis, leven daar nog altijd voort; het autocratische stelsel heeft de gemoederen veelal tot slaafse onderwerping geboogen (...)Ga naar eindnoot2.

Veth was verder een groot deel van zijn leven verbonden aan De Gids, maar hij hoorde ook tot de oprichters van nieuwe tijdschriften als De Indiër of het Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië. Tevens was hij nauw betrokken bij het tot stand komen van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en het Indisch Genootschap, waarmee de basis gelegd werd voor een wetenschappelijke bestudering van Nederlands-Indië.

Het is dan ook niet vreemd te noemen, dat Veth met zijn Indische roeping binnen de redactie van De Gids opdracht kreeg om het boek Max Havelaar van ene Multatuli te bespreken. Het was de verdienste van Veth dat hij onmiddellijk de grootheid van het werk herkende.

Waarschijnlijk zag hij de schrijver ook als een bondgenoot in de strijd tegen het Cultuurstelsel. Multatuli was aanvankelijk verrukt over de aandacht van de professor voor zijn werk. Later zag hij toch kans om in een scherp conflict met Veth te raken, maar met wie leefde het genie niet in onmin?

In 1864 werd Veth tot hoogleraar in landen volkenkunde van Nederlands-Indië in Leiden benoemd, wat hij zelf als een hoogtepunt van zijn carrière beschouwde. Door middel van een ware zee van publicaties wist Veth Nederlands-Indië op de politieke agenda te krijgen. Hij was zoals gezegd tegen het Cultuurstelsel en voor liberalisering van de handel en nijverheid, en ook voor verovering van de gehele Indische Archipel. Zijn bemoeienis sloot naadloos aan bij de tijdgeest. Vanaf 1870 heerste er in Europa immers een drang naar expansie en exploitatie van de rest van de wereld.

Goudmijn

Veths belangrijkste werk was Java, een project waaraan hij tien jaar had gewerkt, met onder andere een afdeling etnografie, geografie en geschiedenis. Het werk was gebaseerd - en dat was nieuw voor die tijd - op Nederlandse en inheemse bronnen. Het was een epos, een alom gewaardeerd standaardwerk van 3000 bladzijden. Busken Huet viel in een reeks kritieken weliswaar de encyclopedische werkwijze van Veth aan, maar kon geen deuk slaan in het algemene respect dat het boek kreeg. Een ander werk, Midden-Sumatra, was zelfs het produkt van het eerste multidisciplinaire wetenschappelijk project in ons land.

Veth vroeg op latere leeftijd ook aandacht voor Afrika, met name voor Zuid-Afrika

[pagina 147]
[p. 147]

en de positie van de Boeren aldaar. Hij propageerde het idee dat Nederland groter was dan het landje aan de Noordzee, zulks met veel verwijzingen naar de Gouden Eeuw. Als voorzitter van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap werd hij zelfs aanvoerder van een koloniale lobby.

Waarom is Veth nooit zelf naar Indië geweest, vroeg Jan Blokker zich in navolging van Busken Huet in de Volkskrant af. Hij zag die vraag niet door Van der Velde beantwoord. In feite echter heeft de auteur dat antwoord impliciet gegeven. De gezondheid van Veth liet vaak veel te wensen over. En was er niets met hem aan de hand, dan ging het wel mis met zijn vrouw of kinderen.

In zijn epiloog typeert Van der Velde Veth als een geleerde die deel uitmaakte van een groepje liberale intellectuelen, dat het prestige van Nederland in de 19de eeuw hooghield. Veth bevond zich in de voorhoede van die groep. Zijn voorspelling dat Nederlands-Indië een goudmijn zou blijken voor wetenschappelijk onderzoek, kwam later uit. Via zijn biografie krijgt Veth de plaats in de geschiedschrijving die hij verdient, namelijk die van grondlegger van tal van specialistische wetenschappelijke disciplines.

Als slotopmerking dit: het boek is onderhoudend geschreven, in soepel, helder Nederlands. Bij de omvang van de biografie is aan de menselijke maat gedacht. Alleen daarom al is het boek een verademing, vergeleken met de vele topzware, literaire biografieën die de laatste tijd verschijnen.

 

Paul van der Velde, Een Indische Liefde. P.J. Veth [1814-1895] en de inburgering van Nederlands-Indië (Amsterdam, Balans 2000)

eindnoot1
Jan Joost Lindler, ‘Een biseksuele hoveling,’ recensie van Amphibious Thing- The Life of Lord Hervey, de Volkskrant, 29-12-2000

eindnoot2
Paul van der Velde, Een Indische Liefde, blz 141


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken

Over dit hoofdstuk/artikel

titels

  • over Een indische liefde. P.J. Veth (1814-1895) en de inburgering van Nederlands-Indië


auteurs

  • André van der Veeke